Het Verbond Gods
Woord en belijdenis. De handhaving der belijdenis hangt ten nauwste samen met den eerbied voor het Woord Gods. Dat kan niet anders, omdat zij is opgekomen uit het leven der kerk naar het geloof, dat den heiligen is overgeleverd. Jezus Christus, die de weg en de waarheid en het leven is, i ...
HET VERBOND GODS
XXII. Van het Verbond wordt in verband met de kerkelijke bediening niet veel in de belijdenis gehandeld. Zij spreekt daarvan alleen bij de behandeling der Sacramenten en in de betreffende formulieren. (Vgl. Ned. Gel. bel, art. XXXIV. Heidelb. Cat. Vr. 74 en de formuli ...
HET VERBOND GODS
XVIII. Meerdere malen werd er op gewezen, dat de mensch ook na den val een mensch, d.i. een redelijk-zedelijk wezen is gebleven en dat God, de Heere, hem ook als zoodanig behandelt. Een sprekend voorbeeld van dien goddelijken omgang vóór den val vinden wij in de H ...
HET VERBOND GODS
XXXIX Het gezag des Woords. In het voorafgaande werd het gemeenschappelijk belijden op den voorgrond geschoven en in zekeren zin onderscheiden van het persoonlijke. Het kan duidelijk zijn geworden, dat daarvoor aanleiding bestaat, w ...
HET VERBOND GODS
XXXVII Het gezag des Woords. Wij hebben over de tucht des Woords gesproken, doch wie zich onder de tucht van Gods Woord stelt, voegt zich onder Zijn gezag, Hij erkent dat Woord als Gods Woord. Dat geldt zoowel van de slaafsche geh ...
HET VERBOND GODS
XIII. Vindt het aestlietische leven zijn voorbeeld en norm in de werken Gods, zooals die gekend worden door de religie. Ook de eisch van het zedelijke wordt eerst bij het licht der religie ontdekt. Vele zijn de pogingen om een zelfstandige moraal te fundeeren, doc ...
HET VERBOND GODS
XIV. De mensch is een redelijk-zedelijk wezen en daarom is hij een persoonlijkheid. Dit brengt ons tot een kenmerk des Verbonds, dat van groote beteekenis wordt voor alle voorafgaande beschouwingen. Het Verbond is niet alleen waarborg, dat , God Zijn ordeningen en ...
HET VERBOND GODS
XXV Telkens hebben wij er reeds op gewezen, dat de belijdenis spreekt namens de levende kerk, maar dit zal bij velen een andere vraag overlaten, n.l. : Hoe kan de levende kerk toestaan, dat zoovelen als erfgenamen der belofte tot het lichaam van Christus worden in ...
HET VERBOND GODS
XVI Het nieuwe Verbond, waarvan Israels profeten hebben geprofeteerd, is in de vleeschwording des Woords tot zijn hoogste openbaring en vervulling gekomen. De geestelijke betrekkingen van dit nieuwe Verbond zijn echter niet eerst begonnen na het volbrachte werk van Christus. Daarvan zijn ...
HET VERBOND GODS MET DEN MENSCH
Het onderwerp, dat ons thans bezig houdt, is niet van de gemakkelijkste. Betrekkelijk laat heeft het een plaats gekregen in de Gereformeerde dogmatiek. Toen heerschte de scholastiek reeds met onbeperkte heerschappij en is de ontwikkeling van dit leerstuk niet vrij gebleven van onnutte en schoolsc ...