Onze Belijdenis.
XLIII. Wanneer wij aan de bespreking van den derden Persoon van het Goddelijk Wezen genaderd zijn, is vóór alle dingen noodig dat wij den nadruk leggen op Zijn persoonlijkheid. De groote strijd immers, die in den loop der eeuwen over den Heiligen Geest gestreden is ...
Onze Belijdenis.
XXXIV. God is waarachtig, maar alle mensch leugenachtig. Vandaar dat ook niet het woord van alle mensch, maar dat alleen het Woord van God onfeilbaar is en dies de eenige toetssteen van geloof en leven kan zijn.Alles wat met dezen onfeilbaren regel niet over ...
Onze Belijdenis.
XXXII. Het laatste artikel, dat in onze Belijdenis aan de Openbaring Gods is gewijd, handelt over de volkomenheid der Heilige Schrift en derzelver genoegzaamheid om den wil Gods .tot onze zaligheid te leeren kennen.In dit stuk verschilt onze Gereformeerde Be ...
Onze Belijdenis.
XXIX. Het voornaamste bewijs voor de Waarheid der H. Schrift is het getuigenis des Heiligen Geestes in het hart.Zonder dat getuigenis baten allerlei redeneeringen u niet. Met uw menschelijke rede alleen zult gij iemand nooit tot de geloofsovertuiging kunnen ...
Onze Belijdenis.
XIV. Alle kennis die wij van God hebben, komt ons toe door Gods openbaring. Zoo is het met de bijzondere Godskennis. Deze verkrijgen we alleen doordat God zich geopenbaard heeft in Zijn Woord. Maar zoo is het ook met de algemeene Godskennis. Deze verkrijgen we oo ...
Onze Belijdenis.
XI. Een tweede deugd van het eenig en eenvoudig geestelijk Wezen, hetwelk wij 'God noemen, is, volgens Art. 1 onzer Belijdenis, Zijne onbegrijpelijkheid. De Heere is onbegrijpelijk in Zijn Wezen. Het is dan ook gemakkelijker te zeggen wat God niet is, dan ...
Onze Belijdenis.
XXXI. Hetgeen bijgevoegd is tot de historie van Esther. Zooals de naam reeds aangeeft is dat boek een aanhangsel van het boek Esther dat tot de kanonieke boeken behoort. Althans dat wil het zijn, maar inderdaad bevat het allerlei verhalen die hier en daar in de ges ...
Onze Belijdenis.
X. God is een Wezen, maar Hij is, zegt onze Belijdenis, ook een geestelijk Wezen. Dat beteekent dat al het lichamelijke verre van God moet gedacht worden. Ja „God is een Geest", heeft de Heiland eenmaal gezegd tot de Samaritaansche vrouw, „en die Hem aanb ...
Onze Belijdenis.
XXVIII. „Al de Schrift van God ingegeven." Wie dat gelooft, hij gelooft ook zonder eenige twijfeling al wat in die Schrift begrepen is. Immers als iemand dien ik volkomen vertrouw mij iets vertelt, dan vertrouw ik ook dat al wat hij mij mededeelt de Waarheid is. H ...
Onze Belijdenis.
XIIL Het eenig en eenvoudig geestelijk Wezen, hetwelk wij God noemen, en over welks deugden en eigenschappen in art. 1 gesproken is, moeten wij nader leeren kennen. Vandaar dat art. 2 ons de bronnen aanwijst, waaruit die kennis kan geput worden. T ...