Onze Belijdenis.
LXXVII. Zoo was dan 'tgene Hij stervende in de handen Zijns Vaders bevolen heeft een ware «menschelijke geest, die uit Zijn lichaam scheidde, maar hierentusschen bleef de Goddelijke natuur altijd vereenigd met de menschelijke, ook zelfs als Hij in het graf lag: en ...
Onze Belijdenis.
LXXVIII. Is in de voorgaande artikelen gehandeld over den Persoon van den Middelaar, thans zijn we genaderd aan Zijn werk. Over dat werk van Christus ia het verschil van gevoelen niet minder groot dan over Zijn Persoon. Sommigen hebben geleerd en leeren nóg dat het ...
Onze Belijdenis.
LXI. De zonde is ongerechtigheid. De zonde is dus in de eerste plaats schuld die betaald moet worden, maar de zonde is ook een gebrek dat genezing behoeft. Geen van beiden mag uit het oog worden verloren, want als we dat doen, dan moet onze beschouwing van de zonde ...
Onze Belijdenis.
LVI. Door de zonde is de dood in de wereld gekomen. De bezoldiging der zonde, zegt de apostel Paulus, is de dood. En die dood vangt niet eerst aan bij de scheiding van lichaam en ziel. Die scheiding is slechts de voortzetting van een proces dat reeds veel vroeger b ...
Onze Belijdenis.
LVII. Over de vraag, of de mensch uit en voor zichzelf bekwaam is om iets, dat waarlijk goed is, tot stand te brengen, is in den loop der tijden een machtige, niet zelden een felle en bittere strijd gevoerd. De vraag, die zich hierbij telkens weer naar voren drong, ...
Onze Belijdenis.
LVIII. Gods Woord leert ons de volstrekte onmacht van den natuurlijken rnensch. Geheel in overeenstemming daarmee is dan ook onze Belijlijdenis als zij zegt, dat wij zelfs geen gedachte kunnen voorstellen. Zelfs na ontvangene genade zijn wij niet bekwaam iets te de ...
Onze Belijdenis.
LX. De mensch staat niet op zichzelf, maar is een zeer klein deel van het groote organisme der meuschheid. Tusschen al die deelen van dat organisme nu is een zeer nauw verband. Vandaar dat de menschen ook in kleiner of grooter kring solidair met elkander verbonden ...
Onze Belijdenis.
LIV. Nadat onze Belijdenis ons eerst bepaald heeft bij wat God is en hoe Hij werkt, gaat zij nu over om te spreken over wat de Schrift leert aangaande den oorsprong en de natuur van den mensch.Nu wordt er in de Heilige Schrift bijzondere nadruk op gelegd dat ...
Onze Belijdenis.
LV. De mensch geschapen naar het beeld en de gelijkenis Gods. Dat wil dus niet zeggen dat de eerste mensch in een toestand van kinderlijke onschuld verkeerde, dat hij geestelijk zonder eenigen inhoud was. Integendeel de mensch is geestelijk zoowel als lichamelijk v ...
Onze Belijdenis.
XLIII. Wanneer wij aan de bespreking van den derden Persoon van het Goddelijk Wezen genaderd zijn, is vóór alle dingen noodig dat wij den nadruk leggen op Zijn persoonlijkheid. De groote strijd immers, die in den loop der eeuwen over den Heiligen Geest gestreden is ...