Psalm XXII.
Mijn God, mijn God, hoe hebt Gij Mij verlaten, ver van de klacht, die uit mijn boezem stijgt! Mijn God, Ik roep des daags — het mag niet baten; Ik roep des nachts — geen hulp, geen rust: Gij zwijgt!En toch, Gij zijt de Heil'ge, Die te voren, op Isrels liedren tronend, nederkwaamt; Die stee ...
Is het ook vrede?
2 Kon. 9:22; Openb. 2:4, 5. I. „Jehu, is uw komst met vrede? Waartoe dan dat zwaard, der scheedeuitgetogen? Leg het weg. Waartoe dat onzinnig drijven ? Laat het „vrede, vrede" blijven!'t Is toch vrede, Jehu, zeg!"„Vrede? Zou het vrede wez ...
Hosanna!
Jes. 40 : 3b. — Ps. 51:19. Hoe zal ik U ontmoeten,o Leeuw uit Juda's stam? Hoe zal ik u begroeten,gezegend Offerlam? Zal 't zijn met jubelpalmenen blijden welkomstgroet, Met meien en met palmen,U wuivend tegemoet?Zal 't zijn met glans in 't oogeen huppele ...
Psalm LXXXIX.
'k Zal eeuwig zingen van Jehovah's trouwverbond, Uw goedheid al het volk verkonden met mijn mond. 'k Zeg: met den Hemel zelf hebt Gij, wiens lof 'k ontvouwe, genade vastgesteld en eindelooze trouwe, „Ik heb een vast verbond met David, mijn verkoren, mijn welbeminden Knecht, met duren eed bezworen ...
Hoogste recht.
Daar staat, gedaagd voor aller zielen Richter, een ziel, het hoofd met schulden overlaan, zeer zwaar geboeid om duizend' euveldaan, en nevens haar de Satan als betichter.En dichter steeds, noodlottig dicht en dichter komt de ure, die haar 't vonnis doet verstaan; maar niemand treedt, met z ...
Reislied.
Komt, maakt God met mij groot, die ons niet doet naar onze zonden.Die uit gena den gunstgenoot Zijn wonden sloeg en heelt die wonden.Hij heeft mijn voet gered uit 's vijands sluw gespannen netten.Laat op den Hoorder van 't gebed ons onverwrikt in onspoed letten.Hij baa ...
Heiligt den krijg!
Neigt, Broeders, neigt het oor; wat draalt, wat dwaalt gij langer? Gij luistert naar Gods stem als waar' 't een [minnelied: de woorden streelen u, maar ach, gij doet [ze niet en handelt met uw Heere als met een [minnezanger! Steeds hooger wast het zaad des ongeloofs; [al banger en banger ...
1880 - 31 Augustus - 1911.
Zonne, schitter: glinster glorie op de tinnen van ons Koninklijk Paleis, nu opnieuw Haar levensreis Wilhelmina gaat beginnen! Wilhelmina, hoor ons bidden, hoor ons danken: bidden voor een vroom begin, danken voor Gods Vadermin, die van wijken wist noch wanken. Teerbeminde Koninginn ...