Geduld.
Een hart, o God, in leed en kruis geduldig, dat ben ik U en mijn verlossing schuldig. Laat mij dien plicht, zoo vaak verzuimd te heeten, toch niet vergeten! Ben ik niet stof gelijk mijn vaadren allen, van U, o God, misdadig afgevallen? Doe ik te veel als ik mijns levens plage ootmoedig drage? Hoe ...
Wat ons hindert.
„Jezus neemt de zondaars aan" zegt ge, en vraagt: „wat zou u hindren, zondaar, om tot Hem te gaan, u te tellen bij Gods kindren? — Wat mij hindert? — Bang verdriet! Vraag: „wat hindert mij wel niet ?Zeven zeelen dwingen mij in den kerker mijner zonden tot de bangste slavernij, die ter were ...
De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.
Ach zangen, druipende van tranen, op Jeremia's harp gesproeid, toen 'k heentrok onder vreemde vanen, de handen smadelijk geboeid! — Keer tot ons weder. God der vaad'ren! hoor weer naar 't klagen onzer stem en wil eerlang Uw volk vergaad'ren in een hersteld Jeruzalem!I. DA COSTA, ...
Licht.
Wankel niet als duisternisse Wankel niet als duisternisse U op 's levens pad verschrikt.Dat Gods Woord u vergewisse: 'tis Gods wil, die 't zóó beschikt.En schoon Zijn beschikkingen de uwe niet waren, laat nochtans, o Christen, 't geloove niet varen, ...
De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.
(Vervolg).Jeremia Cap. VII—X, Cap. VII. Het Woord des Heeren tot den zone Hilkia's, priester en profeet; Sta in den Tempel, waar Ik wone on roep aldaar dat ieder 't weet, die tot mijn Huis komt waar de scharen haar offers plengen op de altaren en kniel ...
Psalm LXXIII (Psalm 73)
Ja, goed is God voor Israel, voor hen, die rein van harte, welbevestigd in Zijn wegen treden. Maar ik, schier wankelde mijn voet en — had de Heer het niet verhoed — zoo ware ik zeker uitgegleden.Ik was afgunstig op 't geluk der trotschen, die, bevrijd van druk, tot aan hun dood toe welig g ...
Psalm XXXI.(psalm31)
Ik stel, o Heer', mij in Uw handen, vertrouwend op Uw Majesteit. Och, maak niet eeuwig mij te schanden; red mij door Uw gerechtigheid. Neig dan Uw oor en haastig red mij ; wees mij ter rots, ten burg, o Heer'; verhoor mijn zielebede en zet mij in Uwer schuilplaats schaduw neer.Gij-zelf, Gi ...
Het lied van den lijdenden Knecht des Heeren.
Wie heeft geloofd, een luistrend oor gegeven aan wat Gods mond verkonden deed aan de aard? Wie heeft geloofd; wien is ten eeuwgen leven de machtige arm des Heeren geopenbaard ?Gelijk een rijsje, ontlokt aan dorrende aarde, een wortelscheut, wien vrucht noch wasdom beidt. Zoo wies ook Hij — ...
De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.
De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda. (Vervolg en Slot).Daar wordt een bang gerucht vernomen, een dof gerommel uit het Noord spelt, dat een onheil dreigt te komen waar nimmer oor van heeft gehoord; verwoesting rept haar schuwe schreden, ver ...
De last des Heeren door den Profeet Jeremia tegen Juda.
(Vervolg).Hoort dan des Heeren woord, gij vrouwen, en leent uw ooren aan Zijn mond; leert ook uw dochtren klagen, rouwen, want do Engel des verderfs waart rond; hij waart en roeit in al de wijken de kindren uit van armen, rijken, de keur der knapen van de straat. Spreek, zegt de Heer', zóó ...