De belijdenissen van Augustinus
God aanroepen doet ons God vinden en kennen, heeft Augustinus gezegd. Dan ineens valt hem in dat woord „aanroepen" echter iets op. In het latijn gebruikt men hiervoor namelijk het woord „invocare" en dat betekent letterlijk „inroepen". God aanroepen is dus zoveel als God-in-zich-roepen. Maar — zo ...
De belijdenissen van Augustinus
4 Misschien kijkt u van deze vraag een beetje vreemd op. U kunt zich eenvoudigweg niet indenken, dat iemand de euvele moed zou opbrengen om een zo voortreffelijk dienstknecht des Heeren van onoprechtheid te beschuldigen. Ik kan u geruststellen. Hoewel namelijk ook ...
De belijdenissen van Augustinus
7 Meer dan de verstandelijke ontwikkeling van Augustinus ging aan Monica zijn geestelijke ontwikkeling ter harte. Zij beijverde zich dan ook om hem de ogen te doen openen voor de rijkdom van Gods genade en nam daarbij alle middelen te baat, die de Kerk van haar dag ...
De belijdenissen van Augustinus
6 Keren wij nu terug naar de vraag met betrekking tot de oorsprong van de ziel, welke Augustinus opwierp. In paragraaf 9 komt hij er nader op terug. Het blijft echter bij vragen. Toch heeft hij het gevoel, dat hij reeds te ver is gegaan. Zo besluit hij dan ook: „Of ...