Vergankelijkheid
Wat hoge bomen staan er nog, zacht ruisend in de avondwind. Maar van het oude „Hoge Huis" men nauw'lijks spoor meer vindt.Als kind heb ik het nog gekend in ongeschonden pracht. Nu is 't verdwenen.... De avondwind ruist in het lover zacht.Langs de oprijweg reden voorheen de gasten af ...
Wie zal bestaan ?
Wie zal bestaan in Uw gericht Wie siddert niet, wanneer het licht Der heiligheden hem verschrikt ? Ware in Uw borggerechtigheid, o Christus, mij geen heil bereid, geen hoop had immer mij verkwikt.Wie zal bestaan voor Uw gericht — Geen uchtend immer mij verlicht, dat mijne ziel, van zonden ...
De tijdstem
I. Wanneer de aarde zal zijn voorbijgegaan, verterend in der elementen brand, om de vloek Gods, waarmee zij is belaan, en Gij een nieuwe schepping brengt tot stand.Dan-zal de wereld, schoner dan voorheen het Paradijs, een oord der vreugden zijn ; Geen dood, ...
Gij wolken hoog
Het zonnegoud verblijdt mijn oog en blanke wolken varen hoog, hoog boven d' ijdelheên der aard, waar niets hun vredegang bezwaart.Gij wolken hoog, gij wolken blank, hoort niets van 's werelds wangeklank.... Hoort gij wellicht al 't hemellied, daar — in het wijde luchtgebied ?Hoort g ...