DE GROTE DROOGTE 2
II Een niet verhoord gebed. (vs. 7 v.v.)Wie kon nu uitkomst geven? Een mens kan geen regen brengen en voor vruchtbaarheid zorgen. Toe, Israël, laten uw afgoden u nu. helpen! Meende men niet, dat het Baäl was, die aan het volk gaf koren en most en olie? Maar dat is het verschrikkelijke van ...
Uit het Oude Testament DE GROTE DROOGTE 4
Er zijn toch verzachtende omstandigheden, die de schuld van het volk verkleinen, pleit Jerema. Valse profeten hébben Juda verleid en dat is wel waar, maar het volk had zich niet behoeven te laten verleiden, want het Woord des Heeren was niet aan 'n enkele, maar aan het géhele volk toevertrouwd. W ...
DE GROTE DROOGTE 1
I. De nood getekend. Een zware bezoeking was over het volk van het Verbond gekomen: een grote droogte teisterde het land en het gebrek aan water betekende een nationale ramp; rijk en arm leed eronder. Wie over goede waterbakken beschikte, kon het nog wat la ...
Uit het Oude Testament DE GROTE DROOGTE 3
Het gericht is onherroepelijk; de voorbede wordt afgesneden. (VS. 11—16). In hoeverre dit gedeelte direct samenhangt met het voorafgaande over de grote droogte is niet uit te maken; over de droogte wordt met geen woord meer gesproken, wel over de zware plagen, di ...