De Heidelbergsche Catechismus
De tegenwerpingen bij de leer van de erfzonde, die onderscheiden moet worden in erfschuld en erfsmet, zijn natuurlijk niet uitgebleven. Zoo heeft men gezegd : Indien de erfzonde van de ouders op het kroost overgaat, zoo geschiedt dit door middel van het lichaam of van de ziel. Door middel van het ...
De Heidelbergsche Catechismus
Vraag VIII : Maar zijn wij alzóó verdorven, dat wij ganschelijk onbekwaam zijn om goed te doen en geneigd tot alle kwaad ? Antw. : Ja wij, tenzij wij door den Heiligen Geest wederom geboren worden. (Gen. 8 : 21; 6 : 5 ; Job 14 : 4 ; 15 : 14 ; 16 : 35 ; Joh. 3:5; Jes. 53 : -6 ; Joh. 3 : 3 en 5 ; 1 ...
De Heidelbergsche Catechismus
De vrije wil is dus de macht of het vermogen om uit eigen beweging zonder dwang een voorwerp, door het verstand ons getoond, te willen of niet te willen, te verkiezen of te verwerpen. Dit vermogen nu wordt wil of uitspraak genoemd, met het oog op het verstand, dat het voorwerp, dat gekozen of ver ...
De Heidelbergsche Catechismus
II. Uit welke deelen bestaat de eenige troost des Christens ?
Deze troost bestaat uit zes deelen :
1. Onze verzoening met God door en om Christus ; zoodat wij niet langer vijanden zijn, maar kinderen Gods ; niet voor eigen rekening staande, maar Christus' eigendom. „Doch gij zijt van Chri ...