Psalm 128.
Welzalig moet hij wezen, die nooit iets liever had dan God den Heer' te vreezen, te wand'len op Zijn pad.Gij zult den arbeid eten, door eigen hand gedaan; welzalig zult gij heeten; 't zal u voorspoedig gaan.Uw huisvrouw zal ontluiken in 't binnenste vertrek, gelijk aan wingerdstruik ...
Psalm CL.
Soli Deo Gloria! Hallelujah! Looft alom God in 't hoogste Heiligdom! Loof Hem, allerlei geslacht in den hemel Zijner kracht! Looft Hem om Zijn mogendheden; naar de menigvuldigheid van Zijn macht en majesteit lofgezongen, aangebeden!Looft Hem met bazuingeluid ...
Psalm XXIV.
Heel de aard met al wat daarop leeft en in de wereld woning heeft behoort den Heer', Wiens wyze vonden haar op den wijden oceaan en de omgestuime waterbaan der breede stroomen wilde gronden.Wie klimt tot 's Heeren berg omhoog; wie durft-voor Zijn ontzaglijk oog Zijn heiligdommen binnentred ...
Naar Kribbe en Kruis.
o, dat gij 't weet; o, dat wij 't allen weten: voor God geldt waarheid, nimmer schijn; niet slechts in naam een Christen heeten, doch inderdaad een Christen zijn.Alle eigen wil en wijsheid dient verloren, ons eigen-zelf moet weggedaan, want niemand kan, dan wêergeboren, het Godsrijk zien e ...
Psalm CXXXVIII.
Uit 's harten grond zing ik U lof; U zal mijn harpspel prijzen; aan 't hoofd der goón, in 't Tempelhof zal ik U dank bewijzen. Daar neergeknield, loof ik Uw Naam Om Uw genade en trouwe saam,Want heerlijk hebt Ge Uw roem vermeerd, vervullende Uw beloven: toen ik Uw bijstand had begeerd en s ...
Niet ver!
Marc. 10:17—23.Gij zijt „niet ver" van 't Godsrijk; neen, maar nochtans niet er in; gij koost het smalle pad alleen, gij bleeft aan zijn begin.En als dan straks uw doodsuur slaat, reeds morgen, heden al, of dan, te vroeg en toch te laat, 't „niet ver" u baten zal?„Niet ver"; ...
Psalm LXXVI.
God is in Juda welbekend, Zijn Naam is Isrels Koning; Hij stichtte in Salem Zich een tent, in Sion is Zijn woning.Bliksems, flitsend van het koord, schilden, zwaarden, schichten, de oorlog-zelf moet op het woord Zyner almacht zwichten.Hoe heerlyk blinkt Uw Majesteit, van 't roofgebe ...
Ondank.
Hoogl. 5 : 2—8 (vgl. Openb. 3:20 en Matth. 25 : 1—13).Wie ben ik toch, dat Gij zoo moeizaam trachten wilt naar mijn wederliefde, o Jezu-mijn, en dat ik aan myn deur, in koude en pijn trouw wachtend, U zoo vaak zag overnachten?Ach, zulk een trouw bestond ik te verachten? U liet ik bu ...
Gij hebt niet gewild!
Jerusalem, Jerusalem, hoe menigmaal hebt gij die stem, waar zooveel liefde in trilt, hoe menigmaal hebt gij dat woord, zoo teeder-lokkend, wel gehoord, en — gij hebt niet gewild IWat hartetaal, wat hartetaal: , hoe menigmaal, hoe menigmaal heb Ik uw kroost gjezocht te garen, lijk de hen ha ...
Psalm XXXÏI.
Heil hem, wiens zonde en misdaad is vergeven,die door den Heer' van schulden is ontheven en wiens gemoed, van waan en veinzerijzich niet bewust, oprecht in vroomheid zij.Want toen ik zweeg, vervielen bij het knagenvan mijn verdriet mijn beendren alle dagen want dag en ...