Samuël, een zoon der Wet.
34) En toen weer na een, poosje riep hij : „Chadscha !" Doch toen de jonge vrouw in haar haast om hem gehoorzaam te zijn even over een boomwortel struikelde, liet hij een wrevelig : Stommerik ! hooren. Nu stond zij voor hem, en hij reikte haar iets toe van wat nog ...
Samuël, een zoon der Wet.
32) En het kind zong, met een stem als een klok, een zeldzaam schoone melodie. Het kon nauwelijks een melodie worden genoemd, het was neer een klankrijk rhytmisch spreken met onsamenhangende woorden, — met de diepe klinkers a en o en oe, die in de gezangen in het b ...
Samuël, een zoon der Wet.
35)Ook begonnen zij dadelijk reeds met het graven van den eersten put. Loetz had hun dicht bij de berghelling plaatsen gewezen, waar, op niet al te groote diepte, zich een waterhoudende laag bevond, en toen zij eenige meters gegraven hadden, merkten zij, dat het in den bodem begon te sijpe ...
Samuël, een zoon der Wet
36)„Messias !" fluisterde Suze heel zachtjes en tot Samuël gekeerd, met wien zij hand in hand zat : „Wat hebben zij ook weer daar in de stad gezongen ? „U, Jeschua, U, heilig kind van God !" Hij keek haar met - verborgen ontzetting aan, en schudde aan haar arm. Hij had zoo gehoopt, dat zij ...