
UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Het doel der Wet. Vers 19—29. (V). Vervolg vers 19. Het is dus niet zonder beteekenis, om goed in het oog te houden, wat de strekking en beteekenis der Wet is. Daar het onze bedoeling is, deze dingen getrou ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Vervolg vers 19. De mensch is zoo dwaas, dat hij in den strijd zijns gemoeds, nadat de Wet haar werk heeft gedaan, niet eens de leer der genade gretig aanvaardt, maar omziet naar nog meer wetten, hoewel toch Gods genade den mensch ten ste ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Het doel der Wet. Vers 19—29. (VII) en zij is door de engelen besteld in de hand des middelaars. Slot vers 19. De apostel maakt hier geen uitstapje ; ook brengt hij niet iets ter sprake, dat hij zoomaar in het voorbijgaan aanstipt ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Het doel der Wet. Vers 19—29. (XIII) Vervolg vers 23. De woorden „bewaard en besloten onder de Wet" zijn niet zonder inhoud of als sophistische spitsvondigheid te beschouwen; ze zijn ernstig bedoeld en hebben wel ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Het doel der Wet. Vers 19—29. Vervolg vers 23. Een christen kent dus in zijn hart een tijd der Wet en een tijd van genade. De tijd der Wet is het, wanneer deze mij kwelt en plaagt; wanneer zij mij tot kennis der zonde brengt en deze doet to ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Wat ik intusschen u ingescherpt heb over het tweeledig gebruik der Wet, te weten over de wereldlijke en de geestelijke zijde der Wet, toont genoegzaam aan, dat de Wet niet voor rechtvaardigen, doch voor onrechtvaardigen gegeven is, gelijk Paulus ook ...

UIT DE HISTORIE
Hoofstuk III Een kind wordt onder een „tuchtmeester" gesteld, opdat het voor allerlei bewaard, en onderwezen zal worden. Het wordt als in een kerker opgesloten gehouden. Met welk doel geschiedt dit, en voor hoelang ? Zal die nare en harde heerschappij van den opvoeder en de ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III.Het doel der Wet. Vers 19—29. Maar als het geloof gekomen is, zoo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester. Vers 25. Dit wil zeggen: wij zijn vrij van de Wet, van kerkers en van tuchtmeesters. De Wet verschrik ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Het doel der Wet. Vers 19—29. Want zoovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Vers 27. „Christus aandoen", kan op tweeërlei wijze verstaan worden. We kunnen namelijk Chri ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Vervolg vers 28. Wanneer Paulus zegt: „in Christus is noch Griek", dan verwerpt hij daardoor de wijsheid der heidenen, alsook hun gerechtigheid, welke hij; beide veroordeelt. Toch zijn er onder de heidenen vele groote en alleszins vo ...