NATUUR EN GENADE
IV.
In den beginne schiep God hemel en aarde. Hij schiep ze met al wat daarin is. Daaronder behoort ook de mensch. Hij, is een schepsel in het groote heelal, dat God schiep, een onderdeel der schepping. Van deze schepping kan en mag hij niet worden losgemaakt; wij mogen ...
NATUUR EN GENADE
II.
In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
Dit majestueuze woord, waarmede de Schrift begint, bedoelt niet enkel de oorsprongen dezer wereld voor ons te ontsluiten als een historisch feit, dat in het verre verleden achter ons ligt; het wil tevens den zin en ...
NATUUR EN GENADE
III.
De zin van ons leven ligt enkel en alleen in den dienst van God.
Wie niet geheel en al een sleurleven leeft, begeert den zin van het leven te verstaan. Waarvoor leven wij en waarvoor worstelen en strijden wij in dit leven ? IJdelheid is al wat wij doen, wanneer ...
NATUUR EN GENADE
XV.
Het onderscheid tusschen algemeene en bizondere openbaring, de eene tot ons komend door de natuur en de werken van Gods handen, de andere tot ons sprekend door de Schrift en het Woord des evangelies, mag niet leiden tot een tegenstelling of nevenschikking van natuur ...
NATUUR EN GENADE
XVIII. (Slot).
Als iedere levenskring van God, een eigen structuur heeft ontvangen en een eigen bestemming en daardoor souverein is in eigen kring, zoodat wat in den éénen levenskring geldt volstrekt niet in den anderen geldt en daarom de eene levenskring niet aan den an ...
NATUUR EN GENADE
XI.
Wie het onderscheid tusschen natuur en genade, zooals dat in de Roomsche theologie gemaakt wordt, goed in het oog vat, begrijpt, dat men daar over natuur en genade kan spreken als over twee grootheden, die, al liggen zij niet in hetzelfde vlak, toch wel gezien kunnen ...
NATUUR EN GENADE
XVI.
Gods genade, als verlossende kracht in Christus Jezus in deze wereld doorbrekende, verwekt niet alleen een volk, dat zich aan den dienst van God en daarmede ook aan de wet van God verbonden gevoelt, zoodat het in Gods inzettingen wandelen gaat, maar dat tevens ieder ...
NATUUR EN GENADE
V.
De zegswijze, dat een mensch eerst van de wereld tot God moet bekeerd en daarna van God tot de wereld, doet misschien menigeen eerst vreemd aan en toch bevat deze uitdrukking een diepe waarheid.
Toen de mensch zich van zijn God heeft losgemaakt, heeft hij in het s ...
NATUUR EN GENADE
XIII.
De genade als verlossende kracht Gods in Christus Jezus schept naast of in de eens van God geschapen wereld niet een nieuwe wereld, met andere en meerdere schepselen dan de eerste. Zij schept ook naast den mensch, die eens van God geschapen werd, niet een nieuwen m ...
NATUUR EN GENADE
IX.
Uit de omschrijving van het begrip natuur, zooals we die gaven in aansluiting aan de definitie van Bavinck, leide men niet af, alsof nu ook de beteekenis van natuurlijk en bovennatuurlijk vaststond. Vooral het woord natuurlijk wordt in onderscheiden beteekenissen geb ...