HET VERBOND GODS
XXIII. Wij blijven nu bij die belofte, omdat de belijdenis daarop ziet en ds. W. ook zijn voorstelling aan deze vastknoopt. (Zie blz. 247). Zijn bezwaar gaat tegen een onderscheiding van het zaad Abrahams naar het vleesch en naar den geest. Wij wille ...
HET VERBOND GODS
XXIV In de aardsche kerk wordt intusschen openbaar, dat er zulk een saamhang is. Zij is een orgaan, waarvan de Heere Zich bedienen wil in de vervulling Zijner beloften aan degenen, die ten eeuwigen leven zijn geordineerd. Daarom verschijnt de kerk in de wereld als ...
HET VERBOND GODS
XXV Telkens hebben wij er reeds op gewezen, dat de belijdenis spreekt namens de levende kerk, maar dit zal bij velen een andere vraag overlaten, n.l. : Hoe kan de levende kerk toestaan, dat zoovelen als erfgenamen der belofte tot het lichaam van Christus worden in ...
HET VERBOND GODS
XXVI Ten aanzien van den kinderdoop kan men zeggen, wat aan de gemeente der geloovigen toekomt, komt ook aan de kinderen der gemeente toe, doch de werking des Heiligen Geestes is een verborgenheid in Gods hand. Ook het oordeel der liefde wordt vergeefs aang ...
HET VERBOND GODS
XXVI. De Dienst des Woords. De behandeling van de geschilpunten naar aanleiding van het Doopformulier heeft dus in de eerste plaats uitgewezen, dat de confessie en de liturgische formulieren het Verbond Gods nemen in den zin van h ...
HET VERBOND GODS
XXVII. De Dienst des Woords. De instelling van den Dienst des Woords naar het bevel van Matth. 28 : 19 deed de zichtbare kerk als een getuige van Christus in de wereld verschijnen. In deze onderscheiding kan men spreken van kerk en we ...