HET VERBOND GODS
XXXVI De tucht des Woords. Hoe geheel anders gaat het Woord spreken tot degenen, die in de toeëigening van het zaligmakend geloof staan en Christus als hun Borg en Middelaar kennen en in het geloof omhelzen. Het is niet alleen de vreu ...
HET VERBOND GODS
XXXVII Het gezag des Woords. Wij hebben over de tucht des Woords gesproken, doch wie zich onder de tucht van Gods Woord stelt, voegt zich onder Zijn gezag, Hij erkent dat Woord als Gods Woord. Dat geldt zoowel van de slaafsche geh ...
HET VERBOND GODS
XXXVIII Het gezag des Woords. Het behoeft nauwelijks meer gezegd, dat de kennis van den Christus door den Geest der aanneming tot kinderen Gods den band tot den hemelscben Vader in en door Hem versterkt met een teedere liefde, waa ...
HET VERBOND GODS
XXXIX Het gezag des Woords. In het voorafgaande werd het gemeenschappelijk belijden op den voorgrond geschoven en in zekeren zin onderscheiden van het persoonlijke. Het kan duidelijk zijn geworden, dat daarvoor aanleiding bestaat, w ...
Het Verbond Gods
Woord en belijdenis. De handhaving der belijdenis hangt ten nauwste samen met den eerbied voor het Woord Gods. Dat kan niet anders, omdat zij is opgekomen uit het leven der kerk naar het geloof, dat den heiligen is overgeleverd. Jezus Christus, die de weg en de waarheid en het leven is, i ...
HET VERBOND GODS
XLI. Het nauw contact tusschen Gods Woord en de belijdenis wortelt in het leven der kerk. Immers de kerk leeft uit het Woord, dat vleesch is geworden, maar daarom ook bij het Woord, dat van den Christus Gods getuigt. De levensbetrekking tot den verhoogden Christus ...
HET VERBOND GODS
XLII. Woord en belijdenis. Wij spraken over de belijdenis der kerk. Dat betreft dus de gereformeerde geloofsbelijdenis. Uit de reformatie zijn verschillende belijdenisschriften en kerkformaties opgekomen, die als ...
HET VERBOND GODS
XIII. Vindt het aestlietische leven zijn voorbeeld en norm in de werken Gods, zooals die gekend worden door de religie. Ook de eisch van het zedelijke wordt eerst bij het licht der religie ontdekt. Vele zijn de pogingen om een zelfstandige moraal te fundeeren, doc ...
HET VERBOND GODS
XIV. De mensch is een redelijk-zedelijk wezen en daarom is hij een persoonlijkheid. Dit brengt ons tot een kenmerk des Verbonds, dat van groote beteekenis wordt voor alle voorafgaande beschouwingen. Het Verbond is niet alleen waarborg, dat God Zijn ordeningen en d ...
HET VERBOND GODS
XIV. De mensch is een redelijk-zedelijk wezen en daarom is hij een persoonlijkheid. Dit brengt ons tot een kenmerk des Verbonds, dat van groote beteekenis wordt voor alle voorafgaande beschouwingen. Het Verbond is niet alleen waarborg, dat , God Zijn ordeningen en ...