Onze Belijdenis.
VIII. Hebben we de vorige maal iets meegedeeld over de personen die als middelen in Gods hand tot het ontstaan van onze Belijdenis hebben meegewerkt, thans rest ons nog, voor we aan den inhoud van dat geschrift genaderd zijn, onze lezers eenigszins nader bekend t ...
Onze Belijdenis.
X. God is een Wezen, maar Hij is, zegt onze Belijdenis, ook een geestelijk Wezen. Dat beteekent dat al het lichamelijke verre van God moet gedacht worden. Ja „God is een Geest", heeft de Heiland eenmaal gezegd tot de Samaritaansche vrouw, „en die Hem aanb ...
Onze Belijdenis.
IX. Wanneer' onze Belijdenis begint met een „wij gelooven", dan ligt het in den aard der zaak dat we in de eerste plaats vragen wie er met die „wij" worden bedoeld. Met die „wij" nu wordt hier bedoeld de Kerk des Heeren, met name dat deel van Gods Kerk da ...
Onze Belijdenis.
XI. Een tweede deugd van het eenig en eenvoudig geestelijk Wezen, hetwelk wij 'God noemen, is, volgens Art. 1 onzer Belijdenis, Zijne onbegrijpelijkheid. De Heere is onbegrijpelijk in Zijn Wezen. Het is dan ook gemakkelijker te zeggen wat God niet is, dan ...
Onze Belijdenis.
XII. God is ook almachtig. Wil dat zeggen dat de Heere alles kan ? Neen, maar het wil wel zeggen dat God alles kan uitwerken wat Hij wil. Zijn wil is de eenige maatstaf van Zijn vermogen. Nu hebben we echter hierbij wel in het oog te houden dat de Heere n ...
Onze Belijdenis.
XIIL Het eenig en eenvoudig geestelijk Wezen, hetwelk wij God noemen, en over welks deugden en eigenschappen in art. 1 gesproken is, moeten wij nader leeren kennen. Vandaar dat art. 2 ons de bronnen aanwijst, waaruit die kennis kan geput worden. T ...
Onze Belijdenis.
XIV. Alle kennis die wij van God hebben, komt ons toe door Gods openbaring. Zoo is het met de bijzondere Godskennis. Deze verkrijgen we alleen doordat God zich geopenbaard heeft in Zijn Woord. Maar zoo is het ook met de algemeene Godskennis. Deze verkrijgen we oo ...
Onze Belijdenis.
XIV. Er is dus een Openbaring Gods in de natuur. Die natuur zagen we als een boek, waarin de schepselen de letteren zijn die ons spreken van de onzienlijke dingen Gods. Nu moeten wij echter wat die natuurlijke Godskennis betrelt waken tegen twee uitersten ...
Onze Belijdenis.
XVI. Al wisten wij niet anders van God dan wat de natuur ons van Hem leert, dan zouden wij niet te verontschuldigen zijn. Maar nu is er bovendien nog een tweede middel, waardoor de Heere zichzelf heeft geopenbaard. Daar is niet slechts een natuurlijke, ma ...
Onze Belijdenis.
XVII. Daar is een algemeene en een bijzondere Godsopenbaring. De algemeene openbaring van Zichzelf geeft God in de natuur, en de bijzondere openbaring vinden we in de H. Schrift. Niet dat de H. Schrift met de bijzondere Godsopenbaring vereenzelvigd mag wo ...