De Heidelbergsche Catechismus
Dadelijke zonde is elke innerlijke en uiterlijke handeling, die met Gods wet strijdt : zoowel in den geest, den wil en het hart als ook in de uiterlijke daden. Hierbij behoort de onderscheiding tusschen, zonde van bedrijf en van nalatigheid ; als we doen wat verboden is, als we nalaten wat gebode ...
De Heidelbergsche Catechismus
Ook deze tegenwerping wordt gehoord in zake de erfzonde : „Zoo de wortel heilig is, zijn ook de takken heilig" (Rom. 11 : 16). En dus zegt men, dan zijn dp kinderen der heiligen óók heilig en vrij van erfzonde. Maar ons antwoord is : Van het woord heilig wordt hier dan een verkeerd gebruik gemaak ...
De Heidelbergsche Catechismus
De tegenwerpingen bij de leer van de erfzonde, die onderscheiden moet worden in erfschuld en erfsmet, zijn natuurlijk niet uitgebleven. Zoo heeft men gezegd : Indien de erfzonde van de ouders op het kroost overgaat, zoo geschiedt dit door middel van het lichaam of van de ziel. Door middel van het ...
De Heidelbergsche Catechismus
De erfzonde is het schuldig zijn van geheel het menschelijke geslacht in den val van onze eerste voorouders (erfschuld) en het is het missen in onzen geest van de kennis van God en Zijn wil en het missen van de begeerte om Hem met wil en hart te gehoorzamen, nu juist geneigd zijnde tot alle kwaad ...
De Heidelbergsche Catechismus
Over de zonde in het algemeen.
Hierbij doet men gewoonlijk deze vragen: I. Bestaat er zonde ; of waardoor is het voor ons duidelijk, dat zij in de wereld en ook in ons bestaat ? II. Wat is zonde ? III. Hoevelerlei zonde is er ? IV. Vanwaar is : zij ; of welke zijn haar oorzaken ? V. Welke gev ...
De Heidelbergsche Catechismus
Vraag VII : Vanwaar komt dan die verdorvenheid der menschelijke natuur ?
Antw. : Uit den val en ide ongehoorzaamheid onzer eerste ouders. Adam en Eva, Waardoor onze natuur zóó is verdorven, dat wij allen in zonde ontvangen en geboren zijn. (Gen. 3 ; Rom. 5 vers 12, 18, 19 ; Psalm 51 vers 7 ; ...
De Heidelbergsche Catechismus
ZACHARIAS URSINUS (9)
Dit beeld Gods, waarnaar God den mensch geschapen heeft en, dat vóór den val als een licht in den mensch scheen, wijd z'n glans en heerlijkheid verspreidend over al het geschapene, dit zeer schoone beeld Gods, waarin de harmonie van heel de schepping lag, heeft de mensch ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het beeld Gods in den mensch. 1. Wat is het beeld Gods ; uit welke deelen bestaat het ? 2. In hoeverre is het verloren ; wat is er nog van overig ? 3. Hoe kan het hersteld worden ? 1. Het beeld Gods in den mensch, is het verstand, dat Gods wil en werken recht kent ; de wil, die vrijwillig God geh ...
De Heidelbergsche Catechismus
DERDE ZONDAG.
Vraag 6. Heeft dan God den mensch alzoo boos en verkeerd geschapen ?
Nu deze stelling is uitgemaakt, dat de menschelijke natuur aan de zonde onderworpen is, komt de schuld-vraag. Wie is hier de schuldige ? Waar is de oorzaak, de oorsprong van deze ellen ...
De Heidelbergsche Catechismus
4de Vraag : „Wat eischt de Wet Gods van ons ? "
Antw. : Dit leert ons Christus, kort saamgevat in Matth. 22 : „Gij zult liefhebben den Heer uw God met geheel uw hart, met geheel uwe ziel, met geheel uw verstand en met al uwe krachten. Dit is het eerste en het groote gebod. En het tweede aan d ...