Het lied van den lijdenden Knecht des Heeren.
Wie heeft geloofd, een luistrend oor gegeven aan wat Gods mond verkonden deed aan de aard? Wie heeft geloofd; wien is ten eeuwgen leven de machtige arm des Heeren geopenbaard ?Gelijk een rijsje, ontlokt aan dorrende aarde, een wortelscheut, wien vrucht noch wasdom beidt. Zoo wies ook Hij — ...
Gabbatha.
Mijn Heiland, ach, wat was Uw lijden wreed! Daar staat Gij dan, 't onschuldig Bloed, verraden; de Zone Gods met smaad en hoon beladen, als zondaarr, Gij, die nimmer zonde deedt!Daar staat Uw volk, dat van geen deernis weet. Niets dan Uw bloed kan al den nijd verzaden van wie, verhard, dat ...
Soli Deo gloria!
Wij leggen hier voor 's Heeren oog ineen de trouwe handen: 't is plicht, die aller hart bewoog, en aller hart doet branden, want, wat in ons ten strijde wekt, 't is God, Die 't zelf ons heeft ontdekt. Den Heere alleen zij de eere!Ons schild is 's Heeren Majesteit, hoe zwaar de kamp ook wor ...
Gods Woord.
Geen korrel van het koren, geen kruimel van het brood ga roekeloos verloren; wij garen 't naar behooren als heerschte er hongersnood.Geen jota zal er vallen, geen tittel van Gods Woord, hoe zijn belagers brallen; 't is levensbrood ons allen', wier vreeze aan God behoort.Mocht zelfs ...
Geduld.
Een hart, o God, in leed en kruis geduldig, dat ben ik U en mijn verlossing schuldig. Laat mij dien plicht, zoo vaak verzuimd te heeten, toch niet vergeten! Ben ik niet stof gelijk mijn vaadren allen, van U, o God, misdadig afgevallen? Doe ik te veel als ik mijns levens plage ootmoedig drage? Hoe ...
In de Vrijstad.
In de Vrijstad. Geef Heer' mij plaats, dat ook ik bij U wone: ik kom gevlucht ter Vrijstad, naar het recht, dat Gij den moorder zelf hebt toegezegd, opdat het zwaard des wrekers hem verschoone.Hier is mijn plaats: ik sidder voor de wrake van 't Godlijk recht ...
De Eerekoning.
Verhoogt nu, al juichend, de poorten der zege, wijd open de deuren der wereld gesteld! . Nu heerscht in het Godsrijk de vrede allerwege: Hij nadert, de Koning, de Held !Hij nadert; den dood valt de scepter uit handen; hij wijst ons vergeefs op het gapende graf; nu vallen des doodsengels sl ...
Gebedsworsteling in donkere dagen.
Ach, versmachtend naar genade, dorst, o God, mijn lijdend hart! Vader, slaat Gij dan niet gade al mijn tranen, al mijn smart? Levensbron, zou van Uw stroomen mij geen teug ten goede komen? Schenk mij toch, Alzegenaar, slechts één drup, één druppel maar!Vader, Vader, ach, slechts éénen drup ...
Eindlijk.
Eindlijk, eindlijk zal 't geluk na des levens kommer komen; eindlijk wordt het harde juk van de schouders afgenomen; ook de smart, die eindloos scheen, vliedt in 't eind voor. eeuwig heen.Eindlijk plukt men vruchten af, eindigt al ons moeizaam streven; eindlijk wordt de pelgrimstaf tot den ...
Gedicht
Psalm 123. Ik hef tot U, die in den Hemel, hoog op d'eeuw'gen troon gezeteld zijt, het oog. Gelijk de knecht zijn blik slaat op de hand ...