
DE DAG DES HEEREN
De ervaring leert, dat in dagen van groote beroering altijd weer de gedachte aan de voleindiging dezer bedeeling naar boven komt, terwijl deze belangstelling weer gaat sluimeren, wanneer de stormen der tijden bedaren en plaats maken voor een betrekkelijke rust. Betrekkelijk — want telkens weer r ...

HET VERBOND GODS
XXXI Tot de tucht des Woords behoort in de eerste plaats kennis van het Woord. Hoe zal men naar en uit Gods Woord leven, als men het niet kent? God wil, dat Zijn Woord wordt gehoord en gehoorzaamd. Predikt het Evangelie aan alle creaturen, en dan volgt: leerende h ...

Voor koningen en allen, die in hoogheid zijn.
Het Woord is duidelijk. En wie des Heeren Woord als regel des geloofs en van onzen wandel onder de menschen aanneemt, heeft niet meer van noode te vragen, maar de gehoorzaamheid te zoeken, welke God van ons vordert. Dit geldt niet alleen voor de ambtelijke bediening, waarop de apostel Paulus in ...

HET VERBOND GODS
XXXII De tucht des Woords. De grond voor de tucht des Woords is de liefde Gods. Gij zult liefhebben den Heere uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht. Dit is het eerste en het groote gebod en het ...

DE DAG DES HEEREN
III. Zoo ziet Paulus op een proces, dat zich in de historie voltrekken moet, maar hij spreekt daarvan toch als een verborgenheid: de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alreede gewrocht. Het gaat dus in het verborgene voort en daarom kan men daaromtrent geen b ...

HET VERBOND GODS
XXXIII En het tweede gebod aan dit gelijk is : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Als uzelf. Daar is voor een mensch niets zoo na als het zelf. Eigenlijk is 't woordje na nog te zeer verwijderd. Want het ik is het persoonlijke zelf. Vandaar dat een mensch ge ...

DE DAG DES HEEREN
IV. De belijdenis geeft daaromtrent weinig licht, zooals zij in het algemeen weinig van de laatste dingen leert. (Zie art. 37). En men zou kunnen vragen, wat dan de vraag omtrent den toestand na den dood met de laatste dingen heeft uit te staan. Toch ligt dat niet ...

HET VERBOND GODS
XXXIV De tucht des Woords. Wanneer wij bij het gebod des Heeren worden bepaald, merken wij tweeërlei gehoorzaamheid op. Het kan zoo zijn, dat wij door opvoeding en een onderworpenheid om des gewetens wil het gezag van de wet erkennen, ...

DE DAG DES HEEREN
V. Met Christus zijn. De gestorvene heiligen zijn met Christus, die ook de Middelaar is van haar gemeenschap. Daaromtrent kan geen twijfel zijn, want wat zij zijn en wat zij hebben, hebben zij en zijn zij door Hem en in Hem. Ons l ...

Recensie.
Inleiding in de Wijsbegeerte der Wetsidee door Ds J. M. Spier. Tweede herziene en vermeerderde druk. Uitgave van J. H. Kok N.V., Kampen 1940. Het wijst niet alleen op de belangstelling van velen, maar ook op de wenschelijkheid van een inleiding op de Wijsbegeerte der Wetsidee, dat zoo spo ...