HET VERBOND GODS
XXXII De tucht des Woords. De grond voor de tucht des Woords is de liefde Gods. Gij zult liefhebben den Heere uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht. Dit is het eerste en het groote gebod en het ...
HET VERBOND GODS
XVII. Het leven der kerk is gelijk aan het leven van den enkeling, die met Gods Woord van doen krijgt tot verlichting des verstands, tot aanneming, tot ontdekking, tot vernieuwing, tot kennis der zaligheid in Christus. De geschiedenis van zulk een enkeling ...
HET VERBOND GODS
XXVI Ten aanzien van den kinderdoop kan men zeggen, wat aan de gemeente der geloovigen toekomt, komt ook aan de kinderen der gemeente toe, doch de werking des Heiligen Geestes is een verborgenheid in Gods hand. Ook het oordeel der liefde wordt vergeefs aang ...
HET VERBOND GODS
XXVI. De Dienst des Woords. De behandeling van de geschilpunten naar aanleiding van het Doopformulier heeft dus in de eerste plaats uitgewezen, dat de confessie en de liturgische formulieren het Verbond Gods nemen in den zin van h ...
HET VERBOND GODS
XXI Bediening des Verbonds. Het Evangelie, gewoonlijk als de blijde of de goede boodschap vertaald, is eigenlijk de groote belofte Gods, zooals die in den Christus in vervulling is gegaan en aan allen zal vervuld worden, die daartoe ...
HET VERBOND GODS
XLI. Het nauw contact tusschen Gods Woord en de belijdenis wortelt in het leven der kerk. Immers de kerk leeft uit het Woord, dat vleesch is geworden, maar daarom ook bij het Woord, dat van den Christus Gods getuigt. De levensbetrekking tot den verhoogden Christus ...
HET VERBOND GODS
XX. Verbond, belofte, verkiezing, persoonlijkheid. Na op het bijzonder karakter der kerk gewezen te hebben, gaan wij nog eens terug naar het Verbond Gods, waarin ook de kerk naar het welbehagen Gods begrepen is en wel op een onderscheidene wijze. In haar wo ...
HET VERBOND GODS
XIX. Met nadruk werd erop gewezen, dat zij, die zich bij de kerk voegen, zich aan haar belijdenis en orde onderwerpen. Misschien zal iemand opmerken, dat dit van zelf spreekt. Wie zich aansluit bij eenige vereeniging van menschen, neemt kennis van de statuten en i ...
HET VERBOND GODS
XXXV De tucht des Woords. Wij hebben gesproken over de slaafsche gehoorzaamheid en over de liefde, die de vervulling der Wet is. Bij de geboden komt dat zoo heel duidelijk uit. Daarom hebben wij eerst op het gebod gewezen. ...
HET VERBOND GODS
XXXIV De tucht des Woords. Wanneer wij bij het gebod des Heeren worden bepaald, merken wij tweeërlei gehoorzaamheid op. Het kan zoo zijn, dat wij door opvoeding en een onderworpenheid om des gewetens wil het gezag van de wet erkennen, ...