NATUUR EN GENADE
XVII.
De souvereiniteit in eigen kring doet aan de souvereiniteit Gods niet te kort.
De souvereiniteit in eigen kring bedoelt de verschillende levenskringen niet los te maken van de goddelijke wet, maar maakt deze alleen zelfstandig ten opzichte van hun onderlinge ve ...
NATUUR EN GENADE
XIV.
Tot ons onderwerp behooren m. i. niet de kwesties, die samenhangen met de openbaring Gods, welke volgens onze geloofsbelijdenis tot ons komt door natuur en Schriftuur.
Immers het gaat daar om twee middelen, door welke God de Heere zich zelf aan ons openbaren wil ...
NATUUR EN GENADE
XII.
Wie, gelijk in de Roomsche Kerk geschiedt, de genade beschouwt als een geschapen iets, kan haar naast de natuur plaatsen en spreken van natuur en genade, wijl ook de natuur ons spreekt van wat geschapen is. De genade moge dan van hooger orde zijn dan de natuur, maar ...
NATUUR EN GENADE
XI.
Wie het onderscheid tusschen natuur en genade, zooals dat in de Roomsche theologie gemaakt wordt, goed in het oog vat, begrijpt, dat men daar over natuur en genade kan spreken als over twee grootheden, die, al liggen zij niet in hetzelfde vlak, toch wel gezien kunnen ...
NATUUR EN GENADE
VIII.
Wat wij in onze vorige artikelen hebben geschreven, moet eenigermate als een inleiding beschouwd worden voor de behandeling van ons onderwerp. Enkele Schriftuurlijke waarheden brachten wij daarin naar voren, die bij de overdenking van de vragen, waarvoor wij gezet ...
NATUUR EN GENADE
VII.
Zoo Gij in het recht wilt treden, Heere, wie zal bestaan ? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Duidelijk wordt hier aangegeven, dat de vreeze Gods vrucht en doel is van de vergevende liefde des Almachtigen. God bewijst genade, opdat men daardoor a ...
NATUUR EN GENADE
VI.
Iedere dwaling rust op een dwalend inzicht, al erkennen wij, dat dit dwalend inzicht vaak onbewust wordt aangehangen en meer leeft in een verborgen overtuiging dan in een weloverwogen belijdenis. Nochtans oefent het een richtinggevenden invloed op het leven uit.
...
NATUUR EN GENADE
IV.
In den beginne schiep God hemel en aarde. Hij schiep ze met al wat daarin is. Daaronder behoort ook de mensch. Hij, is een schepsel in het groote heelal, dat God schiep, een onderdeel der schepping. Van deze schepping kan en mag hij niet worden losgemaakt; wij mogen ...
NATUUR EN GENADE
III.
De zin van ons leven ligt enkel en alleen in den dienst van God.
Wie niet geheel en al een sleurleven leeft, begeert den zin van het leven te verstaan. Waarvoor leven wij en waarvoor worstelen en strijden wij in dit leven ? IJdelheid is al wat wij doen, wanneer ...
NATUUR EN GENADE
II.
In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
Dit majestueuze woord, waarmede de Schrift begint, bedoelt niet enkel de oorsprongen dezer wereld voor ons te ontsluiten als een historisch feit, dat in het verre verleden achter ons ligt; het wil tevens den zin en ...