Onze Belijdenis.
XXII. De dichterlijke boeken des Ouden Verbonds vangen aan met het boek Job, dat zijn naam ontleent aan een niet alleen welvarend, maar ook oprecht en vroom man, die zijn woonplaats had in het land Uz. Wie de schrijver is van dit boek is niet bekend. Verschillende ...
Onze Belijdenis.
XXIV. Het tweede deel der bijzondere Godsopenbaring, waardoor onze Bijbel wordt gevormd, vinden wij in de Schriften des Nieuwen Verbonds. Evenals het Oude bevat ook het Nieuwe Testament boeken, die een verschillend karakter dragen. Men vindt ook hier de z.g ...
Onze Belijdenis.
XXV. De Brief tot de Romeinen, hoewel wat den tijd van zijn ontstaan betreft waarschijnlijk niet de eerste brief dien Paulus geschreven heeft, staat in onzen Bijbel in de rij der 14 Paulinische Brieven toch bovenaan. Niet onwaarschijnlijk dat dit is om den rijken ...
Onze Belijdenis.
I. Het is een droeve klacht die de Heere in Hosea 4:6 opheft over Zijn volk. Mijn volk, zegt Hij, is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is. Zoo spreekt de Heere daar over Zijn volk Israel. „Zonder kennis", dat zegt Hij niet van de heidenen. Maar ...
Onze Belijdenis.
Lxn. De erfzonde wordt door den Doop niet ganschelijk te niet gedaan, noch geheel uitgeroeid. Inplaats daarvan blijft deze zonde ook in een kind van God nog altoos de onzahge fontein waaruit het onreine water bij voortduring springt. Niettegenstaande de verdoemende ...
Onze Belijdenis.
LXXII. Tijdens Zijn om wandeling op deze aarde heeft de Heiland zelf telkens gewezen op de geheel eenige betrekking waarin Hij tot den Vader stond. Zoo wist Hij reeds op twaalfjarigen leeftgd, dus als knaap, dat Hij moest zijn in de dingen Zijns Vaders. En ook late ...
Onze Belijdenis.
De zonde, de ontzaglijke klove, die daar tusschen God en mensch, tiusschen Schepper en schepsel bestaat, kan uit tweërlei oogpunt bezien worden.Eenerzijds juridisch en anderzijds medisch.Wanneer wij de zonde juridisch beschouwen dan is zij schuld die geboet moet worden. Wanneer wij ...
Onze Belijdenis.
LIIIDe Heere werkt alle dingen naar den Raad van Zijnen wil. Er geschiedt dan ook niets buiten Gods voorzienig bestel. Alles, zoowel het kleinste als het grootste, zoowel het minst als het meest aangename dat wij ondervinden, komt ons toe van de hand van Hem", "die alles, bestuurt. Wel kun ...
Constantinopel en onze belijdenis (1)
Het is in deze dagen 1600 jaar geleden dat één van onze belijdenisgeschriften definitief werd vastgesteld. Een in vele opzichten bijzondere belijdenis! Allereerst wel omdat ze het enige voluit oecumenische symbool is, aanvaard in alle kerken van Oost en West. In de tweede plaats omdat tenslotte o ...
Onze Belijdenis.
LXVIII. Het plan Gods tot verlossing van Zijn volk ligt in Gods eeuwigen raad. Maar dat plan Gods was op zichzelf niet genoeg, indien het niet uitgevoerd werd.Trouwens omdat hiet een plan van God was kon het niet onuitgevoerd blijven. Het besluit Gods droeg ...