De Heidelbergsche Catechismus
IV. Welke zijn de oorzaken der zonde ?
God is van geen enkele zonde de oorzaak. Dit blijkt : 1. uit de getuigenissen der Schrift: „En ziet, het was zeer goed" (Gen. 1 vs. 31) ; „Want Gij zijt geen God, die lust heeft aan goddeloosheid ; de booze zal bij U niet verkeeren" (Ps. 5 vs. 5). „Verre ...
De Heidelbergsche Catechismus
Nu zullen we de bewijsplaatsen der Schrift opnoemen, enkele tegenwerpingen oplossen en den oorsprong en de bron van het kwade duidelijk maken.
De Schriftuurplaatsen, die leeren, dat God geen oorzaak van de zonde is, zijn vele ; enkele uit dit aantal aan te geven is voldoende.
Eerst een pl ...
De Heidelbergsche Catechismus
naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (4)
Vraag II van den Catechismus in de eerste Zondagsafdeeling luidt : „Hoevele stukken zijn II noodig te weten, opdat gij dezen troost genietende, zalig leven en sterven moogt ? "
En het antwoord luidt : Drie stukken : ten ee ...
De Heidelbergsche Catechismus
ZACHARIAS URSINUS (9)
Dit beeld Gods, waarnaar God den mensch geschapen heeft en, dat vóór den val als een licht in den mensch scheen, wijd z'n glans en heerlijkheid verspreidend over al het geschapene, dit zeer schoone beeld Gods, waarin de harmonie van heel de schepping lag, heeft de mensch ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het beeld Gods in den mensch. 1. Wat is het beeld Gods ; uit welke deelen bestaat het ? 2. In hoeverre is het verloren ; wat is er nog van overig ? 3. Hoe kan het hersteld worden ? 1. Het beeld Gods in den mensch, is het verstand, dat Gods wil en werken recht kent ; de wil, die vrijwillig God geh ...
De Heidelbergsche Catechismus
Over de zonde in het algemeen.
Hierbij doet men gewoonlijk deze vragen: I. Bestaat er zonde ; of waardoor is het voor ons duidelijk, dat zij in de wereld en ook in ons bestaat ? II. Wat is zonde ? III. Hoevelerlei zonde is er ? IV. Vanwaar is : zij ; of welke zijn haar oorzaken ? V. Welke gev ...
De Heidelbergsche Catechismus
De erfzonde is het schuldig zijn van geheel het menschelijke geslacht in den val van onze eerste voorouders (erfschuld) en het is het missen in onzen geest van de kennis van God en Zijn wil en het missen van de begeerte om Hem met wil en hart te gehoorzamen, nu juist geneigd zijnde tot alle kwaad ...
De Heidelbergsche Catechismus
De tegenwerpingen bij de leer van de erfzonde, die onderscheiden moet worden in erfschuld en erfsmet, zijn natuurlijk niet uitgebleven. Zoo heeft men gezegd : Indien de erfzonde van de ouders op het kroost overgaat, zoo geschiedt dit door middel van het lichaam of van de ziel. Door middel van het ...
De Heidelbergsche Catechismus
Dadelijke zonde is elke innerlijke en uiterlijke handeling, die met Gods wet strijdt : zoowel in den geest, den wil en het hart als ook in de uiterlijke daden. Hierbij behoort de onderscheiding tusschen, zonde van bedrijf en van nalatigheid ; als we doen wat verboden is, als we nalaten wat gebode ...
De Heidelbergsche Catechismus
Groot onderscheid is er derhalve tusschen de deugden der wedergeborenen en der nietwedergeborenen. Want : 1. de goede werken der wedergeborenen geschieden onder voorlichting van het geloof en behagen Gode ; bij de niet-wedergeborenen staat dit anders ; 2. de wedergeborenen doen hunne werken ter e ...