DE KLEINE LUIJDEN.
„Een moeilijk geval", zei ik, „verbazend moeilijk ook, en toch zou ik zoo graag willen dat jullie beiden gelukkig werden. Kon ik maar wat doen".
„Je kunt niets doen, Jasper" — zei Sander. „Het is tenslotte zóó : zij die gelooven haasten niet, en wanneer wij door eigen werk het werk Gods wille ...
DE KLEINE LUIJDEN.
Je bent een knappe vrouw Marie en hebt het mooi gezegd, en mij een grooten dienst gedaan, 'k Was met de zaak verlegen en moest daarom raad hebben. In 't kort komt alles hierop neer : Sander zou Sien graag tot vrouw hebben, doch durft haar niet te vragen uit vrees haar onaangenaam te zijn en teleu ...
DE KLEINE LUIJDEN
„'t Kan ook wel eens meevallen, Sien. 't Leven is al zoo vol van wonderlijke verrassingen geweest, wie weet wat nog in de toekomst ligt".
„'k Hoop ook niet ondankbaar te zijn of in opstand te leven, dominé. De Heer heeft het al zoo wonder wèl gemaakt, dat mijn heele leven één danktoon zijn mo ...
KLEINE LUIJDEN.
„Welk een weg !" — zei Jasper aan het eind. „En dus is Henk haar broeder ? " „Ja, van vaders zijde".
„En hoe stond zij nu tegenover je vraag? " „Deze kwam haar zeer onverwacht over.
Daarom heeft zij bedenktijd gevraagd, om na biddend, overleg, daarna te besluiten".
„Prachtig ; ik gelo ...
DE KLEINE LUIJDEN.
Daarop is hij langzaam gekalmeerd. Had Sien nog niet genoeg, ook om zijnentwil geleden, en zou hij dan niet mede zich verheugen over haar geluk ? Sander was zijn beste vriend, van af dat zij hier woonden; zeker zou die verhouding door het huwelijk met zijn zuster niet minder worden.
„Nu worde ...