KOHLBRUGGE
XXI.
Over de kinderdoop spreekt Kohlbrügge als volgt : „Is het in overeenstemming met het Woord en den Geest, dat wij als kleine kinderen gedoopt worden ? Zeer zeker ; volgens Handelingen 21 : 5 hebben de eerste christenouders ook hun kinderen in de gemeenschap des Woord ...
KOHLBRUGGE
XIV.
Zoo wordt de mensch door God beoordeeld als onder een der beide hoofden staande. Bij het grondeloos bederf van den mensch bleef geen ander middel over, dan dat God iets nieuws schiep, een nieuwen Mensch op aarde deed verschijnen, die aan de gerechtigheid voldeed. Zi ...
KOHLBRUGGE
XXII.
Het andere sacrament, dat Christus aan Zijn gemeente gegeven heeft, is het Heilig Avondmaal. De teekenen en zegelen zijn brood en wijn. „De Heere Jezus gaat niet van hier, zonder ons een teeken en onderpand achter te laten, dat wij al de door Hem verworven heilsgoe ...
KOHLBRUGGE
XII.
VI. De Heiligmaking.
Voor wij echter naar Kohlbrügge luisteren, wat hij onder heiligmaking verstaat, is het noodzakelijk, de verhouding tusschen rechtvaardigmaking en heiligmaking aan te geven. „Dogmatisch is deze vraag in zooverre afgedaan, als men terecht beweert, dat er e ...
KOHLBRUGGE
X.
De weg Zijner heiligen gaat dikwijls door diepe wateren en door groote aanvechting heen. „Zoo gaat het in het begin van den levensweg, maar ook in den voortgang herhalen zich menigmaal zulke gevoelens van verlorenheid. Soms wel is men alles kwijt, wat men van de liefd ...
KOHLBRUGGE
XVIII.
Door den Heiligen Geest zijn alle goede werken aanwezig. „Waar de Heere naar Zijn welbehagen Zijn Heiligen Geest over Zijn volk geeft, den Geest der heiligmaking, daar wordt gewandeld onder de leiding des Geestes. Spoedig is ook de vrucht des Geestes aanwezig, zoo ...
KOHLBRUGGE
en de leer des heils
XXIV.
Slotwoord.
Wij willen alles, wat gezegd is, nu heel kort samenvatten. Kohlbrügge gaat er van uit, dal de beginselen van alle ware theologie, evenals de sleutel om het Woord te verstaan, liggen in de erkenning van de wet Gods. Hij is volkomen doordro ...
KOHLBRUGGE
X.
„Het wachten op den Heere of de hoop, is de andere zijde van het geloof, zoodat, als het geloof als 't ware verdwenen is, de hoop opleeft. Geloof, hoop, liefde, deze drie reiken elkaar steeds de hand en ondersteunen elkaar wederkeerig". (20 Predicaties, gehouden in 18 ...
KOHLBRUGGE
XIII.
„De heiligmaking des Geestes is levend, machtig, onwederstandelijk en leidt tot het leven, is eenvoudig en waar, terwijl de heiligmaking des vleesches dweepziek, verzonnen en valsch is. Wij worden onderwezen, dat wij in de heiligmaking zijn, en wel in een krachtige ...
KOHLBRUGGE
XII.
VIII. Over de volharding en de uitverkiezing.
De trouw Gods voert ons tot het leerstuk der volharding. Zij is een voortdurende inwerking van den Heiligen Geest, die midden in alle aanvechting en nood der geloovigen het ware geloof aan Gods trouw schept, die Hij in Zijn woord ...