De Heidelbergsche Catechismus
III. Waarom vaste troost ? is deze éénige troost ook een
Dat deze éénige troost tevens een zekere en vaste troost is, blijkt hieruit : 1. Omdat deze troost alleen bij den dood niet verdwijnt. „Want hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren". Rom. 14 vers 8. „Wie zal on ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het plan van den Catechismus is geheel gebouwd op de kennis van de drie stukken : kennis van ellende - kennis van verlossing - en kennis van dankbaarheid.
Waarom is nu de kennis der verlossing voor onzen troost noodig
De kennis van ellende is noodig om naar de verlossing te leeren verlang ...
De Heidelbergsche Catechismus
4de Vraag : „Wat eischt de Wet Gods van ons ? "
Antw. : Dit leert ons Christus, kort saamgevat in Matth. 22 : „Gij zult liefhebben den Heer uw God met geheel uw hart, met geheel uwe ziel, met geheel uw verstand en met al uwe krachten. Dit is het eerste en het groote gebod. En het tweede aan d ...
De Heidelbergsche Catechismus
IV. Welke zijn de oorzaken der zonde ?
God is van geen enkele zonde de oorzaak. Dit blijkt : 1. uit de getuigenissen der Schrift: „En ziet, het was zeer goed" (Gen. 1 vs. 31) ; „Want Gij zijt geen God, die lust heeft aan goddeloosheid ; de booze zal bij U niet verkeeren" (Ps. 5 vs. 5). „Verre ...
De Heidelbergsche Catechismus
Nu zullen we de bewijsplaatsen der Schrift opnoemen, enkele tegenwerpingen oplossen en den oorsprong en de bron van het kwade duidelijk maken.
De Schriftuurplaatsen, die leeren, dat God geen oorzaak van de zonde is, zijn vele ; enkele uit dit aantal aan te geven is voldoende.
Eerst een pl ...
De Heidelbergsche Catechismus
naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (4)
Vraag II van den Catechismus in de eerste Zondagsafdeeling luidt : „Hoevele stukken zijn II noodig te weten, opdat gij dezen troost genietende, zalig leven en sterven moogt ? "
En het antwoord luidt : Drie stukken : ten ee ...
De Heidelbergsche Catechismus
ZACHARIAS URSINUS (9)
Dit beeld Gods, waarnaar God den mensch geschapen heeft en, dat vóór den val als een licht in den mensch scheen, wijd z'n glans en heerlijkheid verspreidend over al het geschapene, dit zeer schoone beeld Gods, waarin de harmonie van heel de schepping lag, heeft de mensch ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het beeld Gods in den mensch. 1. Wat is het beeld Gods ; uit welke deelen bestaat het ? 2. In hoeverre is het verloren ; wat is er nog van overig ? 3. Hoe kan het hersteld worden ? 1. Het beeld Gods in den mensch, is het verstand, dat Gods wil en werken recht kent ; de wil, die vrijwillig God geh ...
De Heidelbergsche Catechismus
Over de zonde in het algemeen.
Hierbij doet men gewoonlijk deze vragen: I. Bestaat er zonde ; of waardoor is het voor ons duidelijk, dat zij in de wereld en ook in ons bestaat ? II. Wat is zonde ? III. Hoevelerlei zonde is er ? IV. Vanwaar is : zij ; of welke zijn haar oorzaken ? V. Welke gev ...
De Heidelbergsche Catechismus
De erfzonde is het schuldig zijn van geheel het menschelijke geslacht in den val van onze eerste voorouders (erfschuld) en het is het missen in onzen geest van de kennis van God en Zijn wil en het missen van de begeerte om Hem met wil en hart te gehoorzamen, nu juist geneigd zijnde tot alle kwaad ...