De Heidelbergsche Catechismus
Vraag VIII : Maar zijn wij alzóó verdorven, dat wij ganschelijk onbekwaam zijn om goed te doen en geneigd tot alle kwaad ? Antw. : Ja wij, tenzij wij door den Heiligen Geest wederom geboren worden. (Gen. 8 : 21; 6 : 5 ; Job 14 : 4 ; 15 : 14 ; 16 : 35 ; Joh. 3:5; Jes. 53 : -6 ; Joh. 3 : 3 en 5 ; 1 ...
De Heidelbergsche Catechismus
De vrije wil is dus de macht of het vermogen om uit eigen beweging zonder dwang een voorwerp, door het verstand ons getoond, te willen of niet te willen, te verkiezen of te verwerpen. Dit vermogen nu wordt wil of uitspraak genoemd, met het oog op het verstand, dat het voorwerp, dat gekozen of ver ...
De Heidelbergsche Catechismus
II. Uit welke deelen bestaat de eenige troost des Christens ?
Deze troost bestaat uit zes deelen :
1. Onze verzoening met God door en om Christus ; zoodat wij niet langer vijanden zijn, maar kinderen Gods ; niet voor eigen rekening staande, maar Christus' eigendom. „Doch gij zijt van Chri ...
De Heidelbergsche Catechismus
IV. Welke zijn de oorzaken der zonde ?
God is van geen enkele zonde de oorzaak. Dit blijkt : 1. uit de getuigenissen der Schrift: „En ziet, het was zeer goed" (Gen. 1 vs. 31) ; „Want Gij zijt geen God, die lust heeft aan goddeloosheid ; de booze zal bij U niet verkeeren" (Ps. 5 vs. 5). „Verre ...
De Heidelbergsche Catechismus
Nu zullen we de bewijsplaatsen der Schrift opnoemen, enkele tegenwerpingen oplossen en den oorsprong en de bron van het kwade duidelijk maken.
De Schriftuurplaatsen, die leeren, dat God geen oorzaak van de zonde is, zijn vele ; enkele uit dit aantal aan te geven is voldoende.
Eerst een pl ...
De Heidelbergsche Catechismus
naar de verklaring van ZACHARIAS URSINUS (4)
Vraag II van den Catechismus in de eerste Zondagsafdeeling luidt : „Hoevele stukken zijn II noodig te weten, opdat gij dezen troost genietende, zalig leven en sterven moogt ? "
En het antwoord luidt : Drie stukken : ten ee ...
De Heidelbergsche Catechismus
ZACHARIAS URSINUS (9)
Dit beeld Gods, waarnaar God den mensch geschapen heeft en, dat vóór den val als een licht in den mensch scheen, wijd z'n glans en heerlijkheid verspreidend over al het geschapene, dit zeer schoone beeld Gods, waarin de harmonie van heel de schepping lag, heeft de mensch ...
De Heidelbergsche Catechismus
Over de zonde in het algemeen.
Hierbij doet men gewoonlijk deze vragen: I. Bestaat er zonde ; of waardoor is het voor ons duidelijk, dat zij in de wereld en ook in ons bestaat ? II. Wat is zonde ? III. Hoevelerlei zonde is er ? IV. Vanwaar is : zij ; of welke zijn haar oorzaken ? V. Welke gev ...
De Heidelbergsche Catechismus
De erfzonde is het schuldig zijn van geheel het menschelijke geslacht in den val van onze eerste voorouders (erfschuld) en het is het missen in onzen geest van de kennis van God en Zijn wil en het missen van de begeerte om Hem met wil en hart te gehoorzamen, nu juist geneigd zijnde tot alle kwaad ...
De Heidelbergsche Catechismus
De tegenwerpingen bij de leer van de erfzonde, die onderscheiden moet worden in erfschuld en erfsmet, zijn natuurlijk niet uitgebleven. Zoo heeft men gezegd : Indien de erfzonde van de ouders op het kroost overgaat, zoo geschiedt dit door middel van het lichaam of van de ziel. Door middel van het ...