
KOHLBRUGGE
XXI.
Over de kinderdoop spreekt Kohlbrügge als volgt : „Is het in overeenstemming met het Woord en den Geest, dat wij als kleine kinderen gedoopt worden ? Zeer zeker ; volgens Handelingen 21 : 5 hebben de eerste christenouders ook hun kinderen in de gemeenschap des Woord ...

KOHLBRUGGE
en de leer des heils
XXIV.
Slotwoord.
Wij willen alles, wat gezegd is, nu heel kort samenvatten. Kohlbrügge gaat er van uit, dal de beginselen van alle ware theologie, evenals de sleutel om het Woord te verstaan, liggen in de erkenning van de wet Gods. Hij is volkomen doordro ...

KOHLBRUGGE
XXIII.
XIV. Het Eindgericht.
’t Oog der geloovigen wordt door de Schrift steeds op het einde gericht. God heeft zeker Zijn beloften reeds vervuld. Hij vervult ze nog steeds, doordat Hij alles draagt met het Woord Zijner kracht ; eerst komt echter nog de tijd, dat onze oogen alles ...

KOHLBRUGGE
IX.
De heiligmaking des geestes, die geloofd wordt, is volkomen en zonder vlek, evenals de rechtvaardigmaking. Zij is een scheppende daad Gods. „Wat gered of zalig gemaakt is, dat is niet voor de helft gered of zalig gemaakt, zoodat er voor den mensch nog iets zou overbl ...

KOHLBRUGGE
XX.
XIII. De Sacramenten.
De schat der Kerk en het haar toevertrouwde goed zijn het Woord en de Sacramenten. Over het Woord is reeds vroeger gesproken. Wij willen nu eerst meededen, wat Kohlbrügge heeft geleerd over de heilige doop.
„Onze Heere heeft de doop bevolen als een t ...

KOHLBRUGGE
XVII.
XI. Van de goede werken.
Hel was een zeer belangrijk werk van onze reformatoren, volgens de Schrift te bepalen, wat goede werken zijn. Reeds in tegenstelling met de Roomsche leer, dan ook in tegenstelling met dat, wat de eigenwijze mensch voor goede werken houdt naar zijn m ...

KOHLBRUGGE
VIII.
Genade is een opvoedende, tuchtigende genade, wekt waarachtige kennis van zonde en maakt hongerig naar haar. Dat noemden de vaderen voorloopende (voorafgaande) genade, en Kohlbrugge zegt : „Er kan geen zaligmakende kennis van de genade aanwezig zijn, want de gronds ...

KOHLBRUGGE
XII.
VI. De Heiligmaking.
Voor wij echter naar Kohlbrügge luisteren, wat hij onder heiligmaking verstaat, is het noodzakelijk, de verhouding tusschen rechtvaardigmaking en heiligmaking aan te geven. „Dogmatisch is deze vraag in zooverre afgedaan, als men terecht beweert, dat er e ...

KOHLBRUGGE
XIV.
Zoo wordt de mensch door God beoordeeld als onder een der beide hoofden staande. Bij het grondeloos bederf van den mensch bleef geen ander middel over, dan dat God iets nieuws schiep, een nieuwen Mensch op aarde deed verschijnen, die aan de gerechtigheid voldeed. Zi ...

KOHLBRUGGE
XXII.
Het andere sacrament, dat Christus aan Zijn gemeente gegeven heeft, is het Heilig Avondmaal. De teekenen en zegelen zijn brood en wijn. „De Heere Jezus gaat niet van hier, zonder ons een teeken en onderpand achter te laten, dat wij al de door Hem verworven heilsgoe ...