KOHLBRUGGE
VIII.
Genade is een opvoedende, tuchtigende genade, wekt waarachtige kennis van zonde en maakt hongerig naar haar. Dat noemden de vaderen voorloopende (voorafgaande) genade, en Kohlbrugge zegt : „Er kan geen zaligmakende kennis van de genade aanwezig zijn, want de gronds ...
KOHLBRUGGE
XII.
VIII. Over de volharding en de uitverkiezing.
De trouw Gods voert ons tot het leerstuk der volharding. Zij is een voortdurende inwerking van den Heiligen Geest, die midden in alle aanvechting en nood der geloovigen het ware geloof aan Gods trouw schept, die Hij in Zijn woord ...
KOHLBRUGGE
XIII.
Zoo past de leer van Gods vrije, eeuwige verkiezing der genade geheel in het kader van de leer des heils en der zaligheid, als men haar overeenkomstig het evangelie opvat. Zij stelt den mensch op de plaats waar hij behoort en geeft den moedeloozen geloovige een rij ...
KOHLBRUGGE
XVI.
X. De verhouding tot de Wet.
In het voorafgaande is hier en daar de vraag naar de Wet Gods reeds terloops aangeroerd. Wij houden ons nu in het bijzonder met de groote en belangrijke vraag bezig, wat de juiste verhouding van een christen ten opzichte van de Wet is.
Heeft ...
KOHLBRUGGE
XIV.
Zoo wordt de mensch door God beoordeeld als onder een der beide hoofden staande. Bij het grondeloos bederf van den mensch bleef geen ander middel over, dan dat God iets nieuws schiep, een nieuwen Mensch op aarde deed verschijnen, die aan de gerechtigheid voldeed. Zi ...
KOHLBRUGGE
XVII.
XI. Van de goede werken.
Hel was een zeer belangrijk werk van onze reformatoren, volgens de Schrift te bepalen, wat goede werken zijn. Reeds in tegenstelling met de Roomsche leer, dan ook in tegenstelling met dat, wat de eigenwijze mensch voor goede werken houdt naar zijn m ...
KOHLBRUGGE
XVIII.
Door den Heiligen Geest zijn alle goede werken aanwezig. „Waar de Heere naar Zijn welbehagen Zijn Heiligen Geest over Zijn volk geeft, den Geest der heiligmaking, daar wordt gewandeld onder de leiding des Geestes. Spoedig is ook de vrucht des Geestes aanwezig, zoo ...
KOHLBRUGGE
XII. DE KERK. (19)
Allen, die God geroepen, gerechtvaardigd en geheiligd heeft, vereenigt Hij in Zijn gemeente, die ook Kerk heet. Het woord Kerk moet afgeleid worden van kyfiake = den Heere toebehoorend. „Wij gelooven niet aan of in een Kerk, maar wij gelooven, wat de K ...
KOHLBRUGGE
XX.
XIII. De Sacramenten.
De schat der Kerk en het haar toevertrouwde goed zijn het Woord en de Sacramenten. Over het Woord is reeds vroeger gesproken. Wij willen nu eerst meededen, wat Kohlbrügge heeft geleerd over de heilige doop.
„Onze Heere heeft de doop bevolen als een t ...
KOHLBRUGGE
XXI.
Over de kinderdoop spreekt Kohlbrügge als volgt : „Is het in overeenstemming met het Woord en den Geest, dat wij als kleine kinderen gedoopt worden ? Zeer zeker ; volgens Handelingen 21 : 5 hebben de eerste christenouders ook hun kinderen in de gemeenschap des Woord ...