KOHLBRUGGE
XIII.
Zoo past de leer van Gods vrije, eeuwige verkiezing der genade geheel in het kader van de leer des heils en der zaligheid, als men haar overeenkomstig het evangelie opvat. Zij stelt den mensch op de plaats waar hij behoort en geeft den moedeloozen geloovige een rij ...
KOHLBRUGGE
XVI.
X. De verhouding tot de Wet.
In het voorafgaande is hier en daar de vraag naar de Wet Gods reeds terloops aangeroerd. Wij houden ons nu in het bijzonder met de groote en belangrijke vraag bezig, wat de juiste verhouding van een christen ten opzichte van de Wet is.
Heeft ...
KOHLBRUGGE
XVII.
XI. Van de goede werken.
Hel was een zeer belangrijk werk van onze reformatoren, volgens de Schrift te bepalen, wat goede werken zijn. Reeds in tegenstelling met de Roomsche leer, dan ook in tegenstelling met dat, wat de eigenwijze mensch voor goede werken houdt naar zijn m ...
KOHLBRUGGE
XII. DE KERK. (19)
Allen, die God geroepen, gerechtvaardigd en geheiligd heeft, vereenigt Hij in Zijn gemeente, die ook Kerk heet. Het woord Kerk moet afgeleid worden van kyfiake = den Heere toebehoorend. „Wij gelooven niet aan of in een Kerk, maar wij gelooven, wat de K ...
KOHLBRUGGE
XX.
XIII. De Sacramenten.
De schat der Kerk en het haar toevertrouwde goed zijn het Woord en de Sacramenten. Over het Woord is reeds vroeger gesproken. Wij willen nu eerst meededen, wat Kohlbrügge heeft geleerd over de heilige doop.
„Onze Heere heeft de doop bevolen als een t ...
KOHLBRUGGE
XXIII.
XIV. Het Eindgericht.
’t Oog der geloovigen wordt door de Schrift steeds op het einde gericht. God heeft zeker Zijn beloften reeds vervuld. Hij vervult ze nog steeds, doordat Hij alles draagt met het Woord Zijner kracht ; eerst komt echter nog de tijd, dat onze oogen alles ...
KOHLBRUGGE
XII.
VI. De Heiligmaking.
Voor wij echter naar Kohlbrügge luisteren, wat hij onder heiligmaking verstaat, is het noodzakelijk, de verhouding tusschen rechtvaardigmaking en heiligmaking aan te geven. „Dogmatisch is deze vraag in zooverre afgedaan, als men terecht beweert, dat er e ...
KOHLBRUGGE
X.
De weg Zijner heiligen gaat dikwijls door diepe wateren en door groote aanvechting heen. „Zoo gaat het in het begin van den levensweg, maar ook in den voortgang herhalen zich menigmaal zulke gevoelens van verlorenheid. Soms wel is men alles kwijt, wat men van de liefd ...
KOHLBRUGGE
XVIII.
Door den Heiligen Geest zijn alle goede werken aanwezig. „Waar de Heere naar Zijn welbehagen Zijn Heiligen Geest over Zijn volk geeft, den Geest der heiligmaking, daar wordt gewandeld onder de leiding des Geestes. Spoedig is ook de vrucht des Geestes aanwezig, zoo ...
KOHLBRUGGE
en de leer des heils
XXIV.
Slotwoord.
Wij willen alles, wat gezegd is, nu heel kort samenvatten. Kohlbrügge gaat er van uit, dal de beginselen van alle ware theologie, evenals de sleutel om het Woord te verstaan, liggen in de erkenning van de wet Gods. Hij is volkomen doordro ...