HET VERBOND GODS
XLII. Woord en belijdenis. Wij spraken over de belijdenis der kerk. Dat betreft dus de gereformeerde geloofsbelijdenis. Uit de reformatie zijn verschillende belijdenisschriften en kerkformaties opgekomen, die als ...
HET VERBOND GODS
XLI. Het nauw contact tusschen Gods Woord en de belijdenis wortelt in het leven der kerk. Immers de kerk leeft uit het Woord, dat vleesch is geworden, maar daarom ook bij het Woord, dat van den Christus Gods getuigt. De levensbetrekking tot den verhoogden Christus ...
HET VERBOND GODS
XXXIX Het gezag des Woords. In het voorafgaande werd het gemeenschappelijk belijden op den voorgrond geschoven en in zekeren zin onderscheiden van het persoonlijke. Het kan duidelijk zijn geworden, dat daarvoor aanleiding bestaat, w ...
HET VERBOND GODS
XXXVIII Het gezag des Woords. Het behoeft nauwelijks meer gezegd, dat de kennis van den Christus door den Geest der aanneming tot kinderen Gods den band tot den hemelscben Vader in en door Hem versterkt met een teedere liefde, waa ...
HET VERBOND GODS
XXXVII Het gezag des Woords. Wij hebben over de tucht des Woords gesproken, doch wie zich onder de tucht van Gods Woord stelt, voegt zich onder Zijn gezag, Hij erkent dat Woord als Gods Woord. Dat geldt zoowel van de slaafsche geh ...
HET VERBOND GODS
XXXVI De tucht des Woords. Hoe geheel anders gaat het Woord spreken tot degenen, die in de toeëigening van het zaligmakend geloof staan en Christus als hun Borg en Middelaar kennen en in het geloof omhelzen. Het is niet alleen de vreu ...
HET VERBOND GODS
XXXV De tucht des Woords. Wij hebben gesproken over de slaafsche gehoorzaamheid en over de liefde, die de vervulling der Wet is. Bij de geboden komt dat zoo heel duidelijk uit. Daarom hebben wij eerst op het gebod gewezen. ...
HET VERBOND GODS
XXXIV De tucht des Woords. Wanneer wij bij het gebod des Heeren worden bepaald, merken wij tweeërlei gehoorzaamheid op. Het kan zoo zijn, dat wij door opvoeding en een onderworpenheid om des gewetens wil het gezag van de wet erkennen, ...
HET VERBOND GODS
XXXIII En het tweede gebod aan dit gelijk is : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Als uzelf. Daar is voor een mensch niets zoo na als het zelf. Eigenlijk is 't woordje na nog te zeer verwijderd. Want het ik is het persoonlijke zelf. Vandaar dat een mensch ge ...
HET VERBOND GODS
XXXII De tucht des Woords. De grond voor de tucht des Woords is de liefde Gods. Gij zult liefhebben den Heere uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand en met geheel uw kracht. Dit is het eerste en het groote gebod en het ...