De zekerheid des geloofs.
V. De vraag naar de zekerheid des geloofs hangt op het allernauwst samen met de andere vraag: „wat is het geloof? "Zoodra het inzicht in de beteekenis en het we-.en van het geloof wordt verdonkerd of teloor gaat, zal ook de zekerheid des geloofs óf verdwgnen ...
De zekerheid des geloofs.
VI. Het geloof, dat zich op het Woord Gods richt, kent de waarheid zoowel van de wet als van het evangelie^ van de belofte der genade niet minder dan van den eiseh van 's Heeren gerechtigheid.Deze beide mogen, naar de gereformeerde opvatting, niet gescheide ...
De zekerheid des geloofs.
VII „Het geloof sluit de oogen en opent de ooren, om te letten op de belofte alleen".In deze uitspraak van Calvgn is juist en schoon gezegd, waarin het wezen en de eigen aard van het geloof bestaat.In het geloof is de gansche ziel met al haar vermogen ...
De zekerheid des geloofs.
I. Vele vragen houden de kinderen van onzen tijd bezig. Vragen van allerlei aard dringen zich op, stormen op ons aan; gg kunt er niet aan ontkomen; wg zoeken niet de vragen, maar de vragen zoeken ons op.Het leven zelf legt ze ons voor den voet; er niet op le ...
De zekerheid des geloofs.
II. De zekerheid des geloofs is een bg uitstek persoonlgke zaak. Een zaak tusschen God en de enkele ziel.Wat echter niet wil zeggen, dat voor de vraag der verzekerdheid van den enkele de gemeenschap geen beteekenis zou hebben.Integendeel. Het ontwrich ...
De zekerheid des geloofs.
III. Het meest persoonlijke, dat er in het leven van Gods kinderen ia, hun geloofsverzekerdheid, komt zeer licht in onze beschouwing, en ook voor de practgk van het geestelijk leven scheef te staan, wanneer de rechte samenhang tusschen den enkele en de gemeenschap ...
De zekerheid des geloofs.
IV. Eén der weldaden van het genade verboüd is het geloof, dat de Heilige Geest wekt waar de wedergeboorte is gewerkt. Deze is het eerste. De ehristelgke religie, de waarachtige kennis Gods, het ware zaligmakend geloof, ze zijn slechts dddr, waar die levenwekkende ...
De zekerheid des geloofs.
X.
De betrekkelijke rust, waarin de Kerk na de Synode van Dordrecht verkeerde, en de algemeene toestemming, die zij onder hare leden voor haar belijdenis vond, stelde haar voor andere vragen dan die zich vóórdeden in de periode van strgd.Het kwam duidelgk genoeg ...
De zekerheid des geloofs.
IX. Zoolang het leven in jonge, frissche kracht opbloeit, is er een sterke levensbeweging en levens-openbaring, zonder dat er nog veel reflectie en zelfbeschouwing is. Zoo was het in den eersten tijd der reformatie.De waarheid van het Woord Gods was opnieuw ...
De zekerheid des geloofs.
XIV. Het zou niet moeilijk vallen, met nog talrijke aanhalingen de reeds gegevene te vermeerderen.Doch hetgeen wij bij-brachten is genoeg om het geestelijk leven te karakteriseeren, zooals het in breede kringen van het gereformeerd piëtisme zich voordeed. ...