Samuël, een zoon der Wet
128) Samuël sloeg bedroefd de handen ineen. „O wee, o wee! Gij moogt dat niet zeggen. Zijt gij niet bevreesd om dat te zeggen ? Ik mag dat niet aanhoren, ofschoon . . . . ..ofschoon . . . . . en ik ben in Bethlehem geweest, waar Hij geboren is. Maar — dan zijt gij ...
Samuël, een zoon der Wet
90) Toen hij de tijding aan zijn schoonouders bracht, zei Sinaï alleen maar : „Het is wel geen mannelijk zaad, maar de vermeerdering van Zijn volk is de Heere toch aangenaam !" Dat was wel een beetje een koud-waterbad voor Mandel, die nog niet zover gekomen was, om ...
Samuël, een zoon der Wet.
80)„Nu, zoiets bedoel ik juist ! Maar- het is voor mij alleen te zwaar — zó vol is het. Het is een fijn zaakje ! Met mijn ouwe heer is niets te beginnen, die heeft daar geen verstand genoeg voor, — en er is ook verder onder mijn volkje geen een daarvoor geschikt, die kerels wroeten-al-maar ...
Samuël, een zoon der Wet
82) Als een echte Joodse geleerde had hij vooral een fijn begrip van de geheime betrekkingen van de ziel tot God en het wereldgeheel, maar slechts weinig begrip van de werkelijkheid van een boom, een dier, en de bodem der akkers. Hij kon wel vlijtig aan deze dingen ...
Nooit met emeritaat
Afscheid nemen gaat gepaard met terugblikken. Samuel doet het voor heel Israël. Hij neemt het volk tot getuige dat hij zijn richterambt niet gebruikt heeft voor zelfverrijking of eigenbelang. ‘Van wie heb ik een rund afgenomen, van wie heb ik een ezel afgenomen (...)?’ (1 Sam.12:3) ...
Samuël, een zoon der Wet.
Of men zoo een korten tijd gezeten had, of langer, — wist niemand van de slapenden, toen zij opeens opschrikten. Mandel was met een doffen dreun van zijn stoel gevallen — hij had geen tafel gehad om met zijn bovenlijf op te liggen, en hij had zijn verwonden arm ook niet kunnen ondersteunen. Hij w ...
Samuël, een zoon der Wet.
52) Hier werd de verteller in de rede gevallen door Mandel, die luid uitriep : „Zoo'n gemeene kerel ! Is dat werkelijk zoo ? Is dat werkelijk zoo ? " Hij hield den adem in, en stampte op den grond, en zwaaide met zijn armen. Ook de anderen deden een gemompel hooren ...
Samuël, een zoon der Wet
56) En dat alles zei hij dan juist nog in dat tegelijk zoo gehate en gesmade taaltje, terwijl alleen zijn gelaat bewijs aflegde van zijn hoogheidsgevoel.Niet één bleef achter. Zelfs Lemberger en zijn zoontje zouden komen leren, ook al zagen zij er zelf het nut niet van in. Maar zij hadden ...
Samuël, een zoon der Wet
137) „O, gij, vrouwen en meisjes, gij allen", dacht hij dan, ,,als Hij het is, — en gij erkent Hem, hoe zal Hij u opheffen en alle vernedering van u afnemen !" Het morgengebed, waarin de Jood dankzegt, dat hij als man is geboren en niet als vrouw, had hij sedert zi ...
Samuël, een zoon der Wet
71) Ik had eigenlijk nóg iets te zeggen, maar dat laat zich haast niet onder woorden brengen. Ach, toen hij voor het eerst mij op mijn arm eens goed en rechtuit aankeek, deed hij dat met een vreemde blik als vanaf een ver verwijderde hoogte. Hij is altijd goed en g ...