UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' brief aan de Galaten.
De zaak der rechtvaardigmaking is dus lastig : niet op zich zelf, want in den grond is zij alleszins vast en zeker, maar wat óns betreft. Ook ik zelf ervaar dat dikwijls, want ik weet heel goed, hoe vaak ik worstelen moet in uren van duiste ...
De Heidelbergsche Catechismus
Nu zullen we de bewijsplaatsen der Schrift opnoemen, enkele tegenwerpingen oplossen en den oorsprong en de bron van het kwade duidelijk maken.
De Schriftuurplaatsen, die leeren, dat God geen oorzaak van de zonde is, zijn vele ; enkele uit dit aantal aan te geven is voldoende.
Eerst een pl ...
UIT DE HISTORIE
Paulus' prediking niet van menschelijken oorsprong ; de apostel is geen menschenbehager, maar weet zich dienaar van Christus ; hoofdstuk 1 vers 10—12. {IV J.
Vervolg vers 11 en 12.
Gij zegt : de kerk is heilig, en de vaderen zijn heilig. Het is waar. Maar hoe heilig de kerk ook is, toch m ...
De Heidelbergsche Catechismus
God is dus geen oorzaak van de zonde. Het kwaad ontstaat niet uit God ; maar uit den duivel en de vrije keuze des menschen, bedorven door de leugen des duivels. En dit kwaad is van de eerste ouders overgegaan op de geheele nakomelingschap. En zoo ontstaat de zonde niet van elders, maar uit onsze. ...
UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' brief aan de Galaten.
Paulus' bizondere roeping ; hoofdstuk 1 vers 13—2i. (11).
Maar wanneer het Gade behaagd heeft, die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijne genade, Zijnen Zoon in mij te openbaren, ...
De Heidelbergsche Catechismus
Vraag VIII : Maar zijn wij alzóó verdorven, dat wij ganschelijk onbekwaam zijn om goed te doen en geneigd tot alle kwaad ? Antw. : Ja wij, tenzij wij door den Heiligen Geest wederom geboren worden. (Gen. 8 : 21; 6 : 5 ; Job 14 : 4 ; 15 : 14 ; 16 : 35 ; Joh. 3:5; Jes. 53 : -6 ; Joh. 3 : 3 en 5 ; 1 ...
UIT DE HISTORIE
Die mij van mijn moeders lijf aan afgezonderd heeft.
Dit is een Hebreeuwsche manier van spreken ; het wil zeggen : Hij heeft mij geheiligd, geordineerd en toebereid ; toen ik nog in mijns moeders lijf was, heeft God van te voren bepaald, dat ik met groote razernij zou wo ...
De Heidelbergsche Catechismus
De vrije wil is dus de macht of het vermogen om uit eigen beweging zonder dwang een voorwerp, door het verstand ons getoond, te willen of niet te willen, te verkiezen of te verwerpen. Dit vermogen nu wordt wil of uitspraak genoemd, met het oog op het verstand, dat het voorwerp, dat gekozen of ver ...
UIT DE HISTORIE
Vervolg van de verzen 15—17.
En ik ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem tot degenen, die vóór mij apostelen waren : maar ik ging henen naar Arabië, en keerde wederom naar Damascus. Vers 17.
Deze woorden willen zeggen : zonder eerst de apostelen te hebben gezien of geraadpleegd, ben ik n ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het derde onderscheid is in verstand en wil tegelijk. Want God weet onveranderlijk alle dingen en Zijn wil is ook onveranderlijk. Bij de mensch is dat alles anders ; want evenals de kennis en het oordeel der schepselen over de dingen veranderlijk is, zoo ook hun wil ; zoodat zij weten, wat zij vr ...