KOHLBRUGGE
XIII.
Zoo past de leer van Gods vrije, eeuwige verkiezing der genade geheel in het kader van de leer des heils en der zaligheid, als men haar overeenkomstig het evangelie opvat. Zij stelt den mensch op de plaats waar hij behoort en geeft den moedeloozen geloovige een rij ...
KOHLBRUGGE
XII.
VIII. Over de volharding en de uitverkiezing.
De trouw Gods voert ons tot het leerstuk der volharding. Zij is een voortdurende inwerking van den Heiligen Geest, die midden in alle aanvechting en nood der geloovigen het ware geloof aan Gods trouw schept, die Hij in Zijn woord ...
KOHLBRUGGE
X.
De weg Zijner heiligen gaat dikwijls door diepe wateren en door groote aanvechting heen. „Zoo gaat het in het begin van den levensweg, maar ook in den voortgang herhalen zich menigmaal zulke gevoelens van verlorenheid. Soms wel is men alles kwijt, wat men van de liefd ...
KOHLBRUGGE
IX.
De heiligmaking des geestes, die geloofd wordt, is volkomen en zonder vlek, evenals de rechtvaardigmaking. Zij is een scheppende daad Gods. „Wat gered of zalig gemaakt is, dat is niet voor de helft gered of zalig gemaakt, zoodat er voor den mensch nog iets zou overbl ...
KOHLBRUGGE
XIII.
„De heiligmaking des Geestes is levend, machtig, onwederstandelijk en leidt tot het leven, is eenvoudig en waar, terwijl de heiligmaking des vleesches dweepziek, verzonnen en valsch is. Wij worden onderwezen, dat wij in de heiligmaking zijn, en wel in een krachtige ...
KOHLBRUGGE
XII.
VI. De Heiligmaking.
Voor wij echter naar Kohlbrügge luisteren, wat hij onder heiligmaking verstaat, is het noodzakelijk, de verhouding tusschen rechtvaardigmaking en heiligmaking aan te geven. „Dogmatisch is deze vraag in zooverre afgedaan, als men terecht beweert, dat er e ...
KOHLBRUGGE
X.
„Het wachten op den Heere of de hoop, is de andere zijde van het geloof, zoodat, als het geloof als 't ware verdwenen is, de hoop opleeft. Geloof, hoop, liefde, deze drie reiken elkaar steeds de hand en ondersteunen elkaar wederkeerig". (20 Predicaties, gehouden in 18 ...
KOHLBRUGGE
VIII.
Genade is een opvoedende, tuchtigende genade, wekt waarachtige kennis van zonde en maakt hongerig naar haar. Dat noemden de vaderen voorloopende (voorafgaande) genade, en Kohlbrugge zegt : „Er kan geen zaligmakende kennis van de genade aanwezig zijn, want de gronds ...
KOHLBRUGGE
VII.
Dit leven uit God is vrij en laat zich niet door allerlei voorschriften en bezwaren van het verstand en de wet belemmeren. „Het staat in de macht des Heiligen Geestes en laat zich niet insnoeren in leerbegrippen en regelen van de menschelijke rede en het vleeschlijk ...
KOHLBRUGGE
VI.
III. Over den persoon en de werking des Heiligen Geestes.
Ook door den Heiligen Geest werkt onze God in Zijn geloovigen de vervulling van Zijn belofte. Hij is waarachtig God, van hetzelfde wezen als de Vader en de Zoon. Als waarachtig God bezit Hij alle goddelijk ...