De Dordtse Leerregels
Hoofdstuk V, art. 9. Van deze bewaring der uitverkorenen tot de zaligheid, en van de volharding der ware gelovigen in het geloof, kunnen de gelovigen zelf verzekerd zijn, en zij zijn het ook naar de mate des geloofs, waarmede zij zekerlijk geloven, dat zij zijn en ...
DE DORDTSE LEERREGELS
Boven het derde en het vierde hoofdstuk der Leerregels staat: , , Van des mensen verdorvenheid en bekering tot God en de manier van deze."De totale verdorvenheid van de mens door zijn diepe val is een kenmerkend en zeer gewichtig stuk van de reformatorische belijdenis. Met deze verdorvenhe ...
DE DORDTSE LEERREGELS
Hoofdstuk III / IV, artikel 3. In zijn , , De Verkiezing Gods", bespreekt dr. G. C. Berkouwer op blz. 345 v.v.. de wisselende waardering der , , Nadere Reformatie". Hij schrijft dan: , , Heeft men meermalen in deze , , Nadere Reformatie" een afbuiging van de oorspr ...
DE DORDTSE LEERREGELS
Het is een grondstuk van de gereformeerde belijdenis, dat de mens gans verdorven is. Hij is ganselijk onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Hij is in al zijn wegen goddeloos, verkeerd en verdorven. Hij is het beeld Gods verloren. De Catechismus onder wijst ons, dat God de mens goed ...
DE DORDTSE LEERREGELS
Wat kan de mens doen met dit overgebleven licht der natuur? De remonstranten leerden, dat hij er de zaligmakende genade mee kan bereiken. De roomsen leren, dat de mens alleen maar verwond is. Rome wil weliswaar aan de genade van Christus niet te kort doen, zoals zij zeggen, doch deze Kerk bestrij ...
DE DORDTSE LEERREGELS
HOOFDSTUK III/IV, ARTIKEL, I5 Deze genade is God aan niemand schuldig; want wat zou Hij schuldig zijn degene, die Hem niet eerst geven kan, opdat het hem vergolden werd? Ja, wat zou God die schuldig zijn, die van zichzelf niet anders heeft dan zonde en leugen? Dieg ...
DE DORDTSE LEERREGELS
HOOFDSTUK III/IV, ARTIKEL 15 Dankbaar. Deze genade is alzo vrije genade. In geen enkel opzicht vormt zij een beloning, voor iets, dat de mens doet of is. In tegendeel: wij zijn onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, hoewe ...
DE DORDTSE LEERREGELS
HOOFDSTUK III/IV, ARTIKEL 15 Het beste oordelen en spreken. In de godsdienstige literatuur wordt zo nu en dan een aanval ondernomen op de keurmeesters. Zoals bekend, zijn daar niet de keurmeesters van het abattoir of van de keuring ...
DE DORDTSE LEERREGELS
HOOFDSTUK III/IV, ARTIKEL 15 Deze genade is God aan niemand schuldig; want wat zou Hij schuldig zijn degene, die Hem niet eerst geven kan, opdat het Hem vergolden worde? Ja, wat zou die God schuldig zijn, die van zichzelf niet anders heeft dan zonde en leugen? Dieg ...
DE DORDTSE LEERREGELS
HOOFDSTUK III/IV, ARTIKEL 15 Geen hovaardij. In psalm 73 zegt Asaf: „Daarom omringt ben de hovaardij als een keten, het geweld bedekt hen ais een gewaad". De berijming heeft: Dus zijn ze trots en doen de waan, Gelijk een gouden ket ...