
UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III vervolg vers 17 In het feit, dat de apostel zoo precies van 430 jaren spreekt, ligt een zekere ironie; ook beklemtoont hij daardoor de zaak. Het is als wil hij zeggen : wanneer ge rekenen kunt, gaat dan maar eens op ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. (IV) Vervolg vers 19. Het typeerende der Wet is, dat zij, evenals op den berg Sinaï het geval was, door bliksem, donder en bazuingeschal de gemoederen verschrikt; als met een bliksemstraal werpt zij het ondier, dat e ...

UIT DE HISTORIE
Vervolg vers 10. „Want er is geschreven : vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der Wet, om dat te doen". Met deze woorden, die ontleend zijn aan Deuteronomium 27 vers 26, wil Paulus bewijzen, dat allen, die onder ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk IV. De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7. Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijnen Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de Wet, op ...

UIT DE HISTORIE
De rechtvaardigheid is uit het geloof : niet uit de werken. Wie zijn Abrahams kinderen ? Vers 6—14. (XII) Vervolg vers 10. Antwoord op de bedenkingen der tegenstanders van de leer der gerechtigheid uit het geloof. (Slot). Het is ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III Vervolg laatste gedeelte vers 12. Paulus noemt dus hèn rechtvaardig, die zonder de Wet door Gods belofte of door het geloof in Zijn beloften gerechtvaardigd worden. „De Wet doen" is derhalve e ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Vervolg vers 13. De algemeene Wet van Mozes sluit ook Christus in, hoewel Hij persoonlijk onschuldig is. Doch de Wet treft Hem: nu eenmaal aan onder zondaren en moordenaars. Ook de burgerlijke overheid straft iemand, wanneer zij hem vindt e ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld. Vervolg vers 19. Gelijk de dingen zelf verscheiden zijn, zoo is ook het gebruik der dingen verschillend. Daarom moet men niet alles over één kam scheren, want dan ontstaat er verwarring. ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III.Vervolg laatste gedeelte vers 12. Door de woorden: „de mensch, die deze dingen doet, zal door dezelve leven", wil Paulus nu eens precies aangeven, waarin de gerechtigheid, die uit de Wet is, bestaat. De gerechtigheid des geloofs kwam tot uiting ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. De belofte is door de Wet niet krachteloos gemaakt. Vers 15—18. (II). Nu, zoo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: „En de zaden", als van velen; maar als van één: „En uwen zade", het ...