De zekerheid des geloofs.
I. Vele vragen houden de kinderen van onzen tijd bezig. Vragen van allerlei aard dringen zich op, stormen op ons aan; gg kunt er niet aan ontkomen; wg zoeken niet de vragen, maar de vragen zoeken ons op.Het leven zelf legt ze ons voor den voet; er niet op le ...
De zekerheid des geloofs.
II. De zekerheid des geloofs is een bg uitstek persoonlgke zaak. Een zaak tusschen God en de enkele ziel.Wat echter niet wil zeggen, dat voor de vraag der verzekerdheid van den enkele de gemeenschap geen beteekenis zou hebben.Integendeel. Het ontwrich ...
De zekerheid des geloofs.
III. Het meest persoonlijke, dat er in het leven van Gods kinderen ia, hun geloofsverzekerdheid, komt zeer licht in onze beschouwing, en ook voor de practgk van het geestelijk leven scheef te staan, wanneer de rechte samenhang tusschen den enkele en de gemeenschap ...
De zekerheid des geloofs.
IV. Eén der weldaden van het genade verboüd is het geloof, dat de Heilige Geest wekt waar de wedergeboorte is gewerkt. Deze is het eerste. De ehristelgke religie, de waarachtige kennis Gods, het ware zaligmakend geloof, ze zijn slechts dddr, waar die levenwekkende ...
De zekerheid des geloofs.
XI. Wanneer de zekerheid des geloofs niet met het geloof zelf is gegeven, maar iets is, dat bg het geloof bij-komt, waarin zal zg dan worden gezocht?Is het niet in den wil, die zich richt op de geboden Gods, dan in het gevoel, dat den vrede met God zoekt te ...
De zekerheid des geloofs.
X.
De betrekkelijke rust, waarin de Kerk na de Synode van Dordrecht verkeerde, en de algemeene toestemming, die zij onder hare leden voor haar belijdenis vond, stelde haar voor andere vragen dan die zich vóórdeden in de periode van strgd.Het kwam duidelgk genoeg ...
De zekerheid des geloofs.
IX. Zoolang het leven in jonge, frissche kracht opbloeit, is er een sterke levensbeweging en levens-openbaring, zonder dat er nog veel reflectie en zelfbeschouwing is. Zoo was het in den eersten tijd der reformatie.De waarheid van het Woord Gods was opnieuw ...
De zekerheid des geloofs.
XIII. Het geloof richt zich op de beloften Gods, die de door den H. Geest .wedergeborene, aan zichzelf ontdekte zondaar leert aangrijpen als de onbedriegelijke, in Christus Jezus gegronde toezegging van de vergeving en 6et eeuwig leven.Dit alles h e e f t hi ...
De zekerheid des geloofs.
XIV. Het zou niet moeilijk vallen, met nog talrijke aanhalingen de reeds gegevene te vermeerderen.Doch hetgeen wij bij-brachten is genoeg om het geestelijk leven te karakteriseeren, zooals het in breede kringen van het gereformeerd piëtisme zich voordeed. ...
De zekerheid des geloofs.
XII.
„De rechtvaardige zal uit het geloof leven."
Wanneer dit geldt voor het gansche bestaan van Gods kinderen zoolang zij in dit leven zgn, kan het niet anders, of alles wat men buiten het geloof om wil grgpen of bezitten, geeft aan het ...