Verschoppelingen
„Een nieuw logeetje voor 't slot !" zei hij, terwijl hij de paarden aan den korten teugel omwendde. Hij beklom de bok, en 't rijke gespan liep weer huiswaarts.
Mevrouw Van Olmwold wist niet, wat van de zaak te moeten denken, toen ze, door 't raam, het rijtuig met Marie er in terug zag keeren. ...
Verschoppelingen
Later schreven een paar zoons van Hillebrand aan Paul, dat ze gaarne in de groote stad zouden wonen ; en hij antwoordde ze onder anderen terug :
„Heb je de rust van je ziel lief, kom dan nooit naar een groote stad ; heb je aardsche rust en aardsch genot lief, wil je werkelijk rustig, veel van ...
Verschoppelingen
ls hij b.v. in December of Januari eens kon komen. De schrijver wilde iets degelijks en fijns, en had gehoord, dat men daar voor moest zijn bij mijnheer Van Emmerick (Pauls patroon) of bij zijn eersten teekenaar F. Dilleman. En als dat nu toch zooveel als 't zelfde beteekende, gaf de burgemeester ...
Verschoppelingen
Tot Marie in de lijkkamer geroepen werd en daarna de oude heer, die gesteund werd door Paul.
Ze waren daar weer met hun drieën, allen onverwacht getroffen door een groote verandering in 't ledikant : daar lag niet meer een zieke, een stervende, een pasgestorvene ; daar lag een doode in haar l ...
Verschoppelingen
Op het slot en in den tuin heerschte onder heel het dienstpersoneel de feestelijke drukte, die aan den grooten dag voorafging : er was zooveel te bezorgen, maar elk volvoerde de opdracht met energie en blijheid, alsof allen deelgenooten zouden zijn van het groote geluk, leder was het zich bewust, ...
Verschoppelingen
„Neen, freule ! de timmerman zit met niets. Want de metselaar heeft niets verkeerds gedaan : daarover waakt de architect met zijn opzichters. Zij kennen het plan in al zijn onderdeelen — — "
„Maar als iets dan toch eens niet past ? "
„Niet past ? Wel, dan is 't een domheid van den archite ...
Verschoppelingen
Eén dag had Paul twaalf bezoeken afgelegd : overal had hij móéten eten en drinken, en werkelijk had hij er niet aan kunnen ontkomen. Want men wist geen beter bewijs van hartelijke vriendschap te toonen dan door hem bij een volle tafel te ontvangen, 's Lands wijs, 's lands eer. Maar Paul zei den v ...
Verschoppelingen
HOOFDSTUK XXIX.
Paul had zich de zaak nog niet anders voorgesteld, dan dat hij de teekening en bestek, hem opgedragen, zou maken als ondergeschikte van zijn patroon en in dien zin sprak hij daar ook — zoodra hij in de stad was teruggekeerd, en de gelegenheid daartoe zich ...
Verschoppelingen
Nu — och Paul, jongen ! je weet zelf wel, hoe 't hier gaat : de zonde woont in ons vleesch. En we vechten en strijden tegen de zonde ; maar de kroon der overwinning wordt ons maar daar op 't hoofd gezet, en zoodra zal ze ons hoofd niet tooien, of we nemen ze weer af en leggen ze voor Zijn voeten ...
Verschoppelingen
„Vreeselijk aardig, mijnheer ! vooral voor zoo'n urenlangen rit. En daarbij — ik was wel een beetje angstig, om alleen te zijn met zulk een vreemden heer. Doch nu u er bij bent, kan ik gerust zijn !"
Paul was toch erg in zijn schik, dat hij nu Marie naast zich had. 't Bleek hem, dat zij en mi ...