De Heidelbergsche Catechismus
Vraag VIII : Maar zijn wij alzóó verdorven, dat wij ganschelijk onbekwaam zijn om goed te doen en geneigd tot alle kwaad ? Antw. : Ja wij, tenzij wij door den Heiligen Geest wederom geboren worden. (Gen. 8 : 21; 6 : 5 ; Job 14 : 4 ; 15 : 14 ; 16 : 35 ; Joh. 3:5; Jes. 53 : -6 ; Joh. 3 : 3 en 5 ; 1 ...
De Heidelbergsche Catechismus
ZACHARIAS URSINUS (9)
Dit beeld Gods, waarnaar God den mensch geschapen heeft en, dat vóór den val als een licht in den mensch scheen, wijd z'n glans en heerlijkheid verspreidend over al het geschapene, dit zeer schoone beeld Gods, waarin de harmonie van heel de schepping lag, heeft de mensch ...
De Heidelbergsche Catechismus
Ook deze tegenwerping wordt gehoord in zake de erfzonde : „Zoo de wortel heilig is, zijn ook de takken heilig" (Rom. 11 : 16). En dus zegt men, dan zijn dp kinderen der heiligen óók heilig en vrij van erfzonde. Maar ons antwoord is : Van het woord heilig wordt hier dan een verkeerd gebruik gemaak ...
De Heidelbergsche Catechismus
Een derde onderscheiding is : zonden tegen het geweten, en niet tegen het geweten. De zonden tegen het geweten zijn die, die willens en wetens bedreven worden, opzettelijk tegen Gods wil ingaande, zooals ook David willende en wetende echtbreuk en doodslag bedreef, in strijd met Gods wil en wet. N ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het beeld Gods in den mensch. 1. Wat is het beeld Gods ; uit welke deelen bestaat het ? 2. In hoeverre is het verloren ; wat is er nog van overig ? 3. Hoe kan het hersteld worden ? 1. Het beeld Gods in den mensch, is het verstand, dat Gods wil en werken recht kent ; de wil, die vrijwillig God geh ...
De Heidelbergsche Catechismus
Nu zullen we de bewijsplaatsen der Schrift opnoemen, enkele tegenwerpingen oplossen en den oorsprong en de bron van het kwade duidelijk maken.
De Schriftuurplaatsen, die leeren, dat God geen oorzaak van de zonde is, zijn vele ; enkele uit dit aantal aan te geven is voldoende.
Eerst een pl ...
De Heidelbergsche Catechismus
Over deze onware en goddelooze redeneeringen zal hier nog iets breeder moeten worden gehandeld, rakende den oorsprong van 't kwade. 1. Er zijn er, die beweren, dat er noodwendigheid voor de zonden is. Zij redeneeren aldus : van eeuwigheid is er een aaneengeschakelde keten en een zekere eeuwige no ...
De Heidelbergsche Catechismus
De erfzonde is het schuldig zijn van geheel het menschelijke geslacht in den val van onze eerste voorouders (erfschuld) en het is het missen in onzen geest van de kennis van God en Zijn wil en het missen van de begeerte om Hem met wil en hart te gehoorzamen, nu juist geneigd zijnde tot alle kwaad ...
De Heidelbergsche Catechismus
Groot onderscheid is er derhalve tusschen de deugden der wedergeborenen en der nietwedergeborenen. Want : 1. de goede werken der wedergeborenen geschieden onder voorlichting van het geloof en behagen Gode ; bij de niet-wedergeborenen staat dit anders ; 2. de wedergeborenen doen hunne werken ter e ...
De Heidelbergsche Catechismus
Het derde onderscheid is in verstand en wil tegelijk. Want God weet onveranderlijk alle dingen en Zijn wil is ook onveranderlijk. Bij de mensch is dat alles anders ; want evenals de kennis en het oordeel der schepselen over de dingen veranderlijk is, zoo ook hun wil ; zoodat zij weten, wat zij vr ...