Samuël, een zoon der Wet
36)„Messias !" fluisterde Suze heel zachtjes en tot Samuël gekeerd, met wien zij hand in hand zat : „Wat hebben zij ook weer daar in de stad gezongen ? „U, Jeschua, U, heilig kind van God !" Hij keek haar met - verborgen ontzetting aan, en schudde aan haar arm. Hij had zoo gehoopt, dat zij ...
Samuël, een zoon der Wet.
35)Ook begonnen zij dadelijk reeds met het graven van den eersten put. Loetz had hun dicht bij de berghelling plaatsen gewezen, waar, op niet al te groote diepte, zich een waterhoudende laag bevond, en toen zij eenige meters gegraven hadden, merkten zij, dat het in den bodem begon te sijpe ...
Samuël, een zoon der Wet.
34) En toen weer na een, poosje riep hij : „Chadscha !" Doch toen de jonge vrouw in haar haast om hem gehoorzaam te zijn even over een boomwortel struikelde, liet hij een wrevelig : Stommerik ! hooren. Nu stond zij voor hem, en hij reikte haar iets toe van wat nog ...
Samuël, een zoon der Wet.
32) En het kind zong, met een stem als een klok, een zeldzaam schoone melodie. Het kon nauwelijks een melodie worden genoemd, het was neer een klankrijk rhytmisch spreken met onsamenhangende woorden, — met de diepe klinkers a en o en oe, die in de gezangen in het b ...
Samuel, een zoon der Wet
Urenlang voerde de weg door een bebouwd land. Sporen van bebouwing, geheel volgens de regels, waren overal waar te nemen, al was het alleen reeds die muur van naar boven geploegde steenen, die de velden omringde. Aan den rechterkant opende zich bij tusschenpoozen een schaduwrijk zij-dal van den p ...
Samuël, een zoon der Wet.
30) Mandel had zichzelf zóó beladen, dat het niet erger kon, om ook van de bagage van zijn schoonouders nog iets te kunnen dragen. Hij liep met Rea achteraan in den stoet. Daar hoorde hen niemand, en het verwekte dus ook bij niemand eenigen aanstoot, als hij de rou ...
Samuël, een zoon der Wet.
29) Zijn zoontje Chaim was bij hem en volgde met glinsterende oogen den handel. Lemberger moest hem tegelijkertijd een voonbeeld geven. Zijn stem sloeg over, zij werd schor en schreeuwend. Hij deed alsof het welgeschapen dier alle mogelijke ondeugden in zich vereen ...
Samuël, een zoon der Wet.
28) Mandel stond onthutst. Hij vond het niet prettig, dat hij een buurman zou hebben, die net als hij „dood land" begeerde, en die hem al vóór was geweest.„Hij zal zich verwonderen als hij ziet, dat een kolonie hem op de hielen zit. Ha, ha ! Maar die kleine ...
Samuël, een zoon der Wet.
27) Mandel uitte een kreet van vreugde. Hij, wist zich van blijdschap niet meer in te houden, en de menschen, die in zijn buurt stonden, hieven van schrik hun handen in de lucht. „Gelooft mijnheer, dat wij hier kunnen leven? "„Dat geloof ik niet slechts, maa ...
Samuël, een zoon der Wet.
26) Zijn paard had de Duitscher aan den eenigen boom vastgebonden, die wijd en zijd uit den dorren bodem zich verhief. Het was een krachtige Johannes-broodboom, waarvan de daar weidende geiten der Arabieren de blaren en schors vanwege den bitteren smaak hadden gesp ...