Samuël, een zoon der Wet
146) „Houdt op !" riep Mandel, en stelde zich met een sprong naast hem. „Ik ga naast hem staan, en wie hem nog durft gooien, zal het zich beklagen. — Hij heeft niets gedaan, wat straf zou verdienen !" „Ik ken hem niet langer", zo kwam er nu weer over de beven ...
Samuël, een zoon der Wet
147) Is dan mijn begeerte niet uitgegaan paar het goede en naar de gerechtigheid ? Heb ik gewandeld in ijdelheid, of mijn voet gewend tot bedrog ?Kleeft er onrecht aan mijn handen ? Hij mag mij wegen op de weegschaal, en kleeft er één penning aa ...
Samuël, een zoon der Wet
148) De blinke bevond zich in pijnlijke onrust, daar zij maar niets te weten kon komen over Samuels verblijf. Veel keren.tastte zij deze dag rondom hun huisje, en luisterde in het rond, in de hoop, dat zij ergens vandaan zijn stem of zijn stap zou horen. Niet in st ...
Samuël, een zoon der Wet
149) De beide geiten van Jossele, die het verlopen jaar met twee vermeerderd waren, werden in de goed dichtgemaakte en gereinigde stallen ondergebracht.Er werden voorraden droog voeder en graan teruggebracht. Het dak werd nog wat verbeterd, de doomlaag werd ...
Samuël, een zoon Wet
150) Toen het besluit van Lemberger bekend was geworden, duurde het maar een dag, of de andere tijding volgde : Jossele en Malke wensen niets vuriger dan zijn plaats in te nemen.De overdracht van alle rechten en verplichtingen, die aan dit stuk verbonden war ...
Samuël, een zoon der Wet
151) Nu wendde de slachter zich plechtig en vaderlijk tot de jongen, die zij hadden meegebracht. „Je bent nog jong, en je bent verleid. Met jou te gaan strijden heeft geen doel, want je hebt een goed verstand, en weet je zaakjes best. Daarom juist is het ons veel w ...
Samuël, een zoon der Wet
152) Vol angst keek vooral Mahnia hem aan, zij had geschreid, maar toen zij zijn vreugde en zijn kalmte zag, en een lange blik vol liefde van hem ontving, was zij getroost. Hij zag er in werkelijkheid uit, alsof hij de overwinnaar was, en alsof de anderen waren ver ...
Samuël, een zoon der Wet
153) Vervloekt zij hij bij dag, en vervloekt zij hij bij nacht. Vervloekt, zij hij bij zijn ingang en vervloekt zij hij bij zijn uitgang . . . . . " Samuels stem stokte van afgrijzen. „Als de berg Ebal . . . . " stamelde hij, „maar die moest eindelijk zwijgen ! ...
Samuël, een zoon der Wet.
51)„Ik zou het nu wel willen vertellen — ik kan het toch niet langer voor mij houden. Ik had het zoo graag al eens éér verteld.Het is mij alleen overkomen, maar ik kan het niet langer in mijn eentje dragen. Gijlieden zult mij wel niet verraden, — en ook al deedt gij dat, dan is het ...
Samuël, een zoon der Wet.
52) Hier werd de verteller in de rede gevallen door Mandel, die luid uitriep : „Zoo'n gemeene kerel ! Is dat werkelijk zoo ? Is dat werkelijk zoo ? " Hij hield den adem in, en stampte op den grond, en zwaaide met zijn armen. Ook de anderen deden een gemompel hooren ...