KOHLBRUGGE
I.
In 1935 is er in Duitschland een boek verschenen van de hand van Th. Stiasny: „Die Theologie Kohlbrugges" (Elfried W. Brenger, Reformierter Verlag Düsseldorf). Hier wordt ons een overzicht gegeven van de leer van Kohlbrugge in drie hoofdstukken. Het eerste handelt ove ...
KOHLBRUGGE
III.
Zóó krijgt de Wet Gods voor de geloovigen in en door Jezus Christus, den Borg, een gansch andere beteekenis. Het is de heilige liefdewil Gods, om Zijn gevallen schepsel door het geloof in Christus te redden en te bewaren. „De Bondswoorden of geboden Gods waren een g ...
KOHLBRUGGE
IV.
Kohlbrugge legt zeer sterk de nadruk op de weldaad en de genade Gods, dat wij een betrouwbaar vast Woord hebben, dat geschreven staat; „welk een voorzorg en barmhartigheid Gods is het, dat wij dit Woord op papier kunnen lezen en telkens mogen ervaren, dat wij ons daa ...
KOHLBRUGGE
VI.
III. Over den persoon en de werking des Heiligen Geestes.
Ook door den Heiligen Geest werkt onze God in Zijn geloovigen de vervulling van Zijn belofte. Hij is waarachtig God, van hetzelfde wezen als de Vader en de Zoon. Als waarachtig God bezit Hij alle goddelijk ...
KOHLBRUGGE
VII.
Dit leven uit God is vrij en laat zich niet door allerlei voorschriften en bezwaren van het verstand en de wet belemmeren. „Het staat in de macht des Heiligen Geestes en laat zich niet insnoeren in leerbegrippen en regelen van de menschelijke rede en het vleeschlijk ...
KOHLBRUGGE
VIII.
Genade is een opvoedende, tuchtigende genade, wekt waarachtige kennis van zonde en maakt hongerig naar haar. Dat noemden de vaderen voorloopende (voorafgaande) genade, en Kohlbrugge zegt : „Er kan geen zaligmakende kennis van de genade aanwezig zijn, want de gronds ...
KOHLBRUGGE
X.
„Het wachten op den Heere of de hoop, is de andere zijde van het geloof, zoodat, als het geloof als 't ware verdwenen is, de hoop opleeft. Geloof, hoop, liefde, deze drie reiken elkaar steeds de hand en ondersteunen elkaar wederkeerig". (20 Predicaties, gehouden in 18 ...
KOHLBRUGGE
XII.
VI. De Heiligmaking.
Voor wij echter naar Kohlbrügge luisteren, wat hij onder heiligmaking verstaat, is het noodzakelijk, de verhouding tusschen rechtvaardigmaking en heiligmaking aan te geven. „Dogmatisch is deze vraag in zooverre afgedaan, als men terecht beweert, dat er e ...
KOHLBRUGGE
XIII.
„De heiligmaking des Geestes is levend, machtig, onwederstandelijk en leidt tot het leven, is eenvoudig en waar, terwijl de heiligmaking des vleesches dweepziek, verzonnen en valsch is. Wij worden onderwezen, dat wij in de heiligmaking zijn, en wel in een krachtige ...
KOHLBRUGGE
IX.
De heiligmaking des geestes, die geloofd wordt, is volkomen en zonder vlek, evenals de rechtvaardigmaking. Zij is een scheppende daad Gods. „Wat gered of zalig gemaakt is, dat is niet voor de helft gered of zalig gemaakt, zoodat er voor den mensch nog iets zou overbl ...