Samuël, een zoon der Wet.
43)Het was maar goed, dat zij dien diepbedroefden blik niet kon zien, waarmede haar echtgenoot haar bekeek. „Je verstand was bij den Heere der heirscharen ; Hij zal het je teruggeven, " zei hij zacht — en, tot Samuel gewend, die met ingehouden adem had toegeluisterd : „Mijn zoon, jij zult ...
Samuël, een zoon der Wet.
28) Mandel stond onthutst. Hij vond het niet prettig, dat hij een buurman zou hebben, die net als hij „dood land" begeerde, en die hem al vóór was geweest.„Hij zal zich verwonderen als hij ziet, dat een kolonie hem op de hielen zit. Ha, ha ! Maar die kleine ...
Samuël, een zoon der Wet.
79)Door dit voornemen kreeg hij opluchting. Hij keek nu naar het werk aan de haven, zag Arabische bootslieden een klein vaartuig klaar maken en toen wegzeilen, en stond een hele tijd bij een zo juist aangekomen vissersboot, die in met water gevulde bakken mooie, vreemde vissen aanvoerde en ...
Samuël, een zoon der Wet
17 Maar hij verweerde zich tegen dat standje en ging nog door: „Ik zal hem verbieden om op ons gebied te komen !" Dat zeggend, wou hij al naar buiten gaan, maar zij hield hem bij een pand van zijn jas. „Wat wil je, Mandel ? Heb jij het recht om zo'n kleine vreugde ...
Samuël, een zoon der Wet.
40)Het was op dezen Sabbath voor alle „nieuwen" niet zoo gemakkelijk als op den eersten, om zich in de vroolijke en zorgelooze stemming te verplaatsen, die het spreken over de geschiedenissen van alledag en zelfs het denken daaraan verbiedt. „Een goede week — een goed jaar !" zeiden zij, t ...
Samuël, een zoon der Wet
137) „O, gij, vrouwen en meisjes, gij allen", dacht hij dan, ,,als Hij het is, — en gij erkent Hem, hoe zal Hij u opheffen en alle vernedering van u afnemen !" Het morgengebed, waarin de Jood dankzegt, dat hij als man is geboren en niet als vrouw, had hij sedert zi ...
Samuël, een zoon der Wet.
52) Hier werd de verteller in de rede gevallen door Mandel, die luid uitriep : „Zoo'n gemeene kerel ! Is dat werkelijk zoo ? Is dat werkelijk zoo ? " Hij hield den adem in, en stampte op den grond, en zwaaide met zijn armen. Ook de anderen deden een gemompel hooren ...
Samuël, een zoon der Wet
128) Samuël sloeg bedroefd de handen ineen. „O wee, o wee! Gij moogt dat niet zeggen. Zijt gij niet bevreesd om dat te zeggen ? Ik mag dat niet aanhoren, ofschoon . . . . ..ofschoon . . . . . en ik ben in Bethlehem geweest, waar Hij geboren is. Maar — dan zijt gij ...
Samuël, een zoon der Wet
140) ,,Man, heb medelijden", jammerde de blinde. Mijn zoon wordt geslagen. Ga naar buiten, Samuël, — tot je vader weer kalm geworden is— en kom dán terug. O jij, mijn oogappel !" Zonder een woord te zeggen en doodsbleek ging Samuel naar buiten. De oude bukte met ha ...
Samuël, een zoon der Wet
139) Het viel Samuël niet moeilijk om zich gehoor te verschaffen. Door een wenk aan een grote jongen die bij zijn oefeningen in het Hebreeuws moeite had met een bepaalde taalregel, vond hij een gemakkelijke overgang naar de hoofdzaak. Hij vroeg heel bescheiden in h ...